Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gitaar - (tokkelinstrument)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

gitaar zn. ‘tokkelinstrument’
Mnl. ghitarne ‘tokkelinstrument’ [1340-45; MNW], si hebben ghitteernen, herpen ‘zij hebben gitaren, harpen’ [1350-1400; MNW-P]; vnnl. ghitterne [1599; Kil.], een Gitarren [1656; WNT snerpen], guitarre [1672; WNT]; nnl. guitar [1784-85; WNT tikken], gitaar [1839; WNT vervulling].
De Vroegnieuwnederlandse vorm guitar(re) is ontleend aan Frans guitare ‘(Spaans) tokkelinstrument’, ouder quitarre [1275-80; Rey], of rechtstreeks aan Spaans guitarra, dat, misschien via Arabisch qītāra, is ontleend aan Grieks kithárā ‘snaarinstrument’. Het woord is verder van onbekende oorsprong, maar wrsch. niet ontleend aan een oosterse taal, zoals wel wordt verondersteld. Bij → citer (reeds in het Oudnederlands) gaat het om hetzelfde woord. De naam van de Indiase sitar, ontleend aan Perzisch se tār < Proto-Iraans *thraya tanthra ‘drie snaren’ is wrsch. niet aan het Grieks ontleend maar oorspronkelijk Indo-Europees.
Het woord is twee keer ontleend. In het Middelnederlands komt het voor als g(h)itarne, g(h)ite(e)rne, gisterne, alle op -rne, ontleend aan een Franse variant guiterne, die tot aan de 17e eeuw vaker voorkomt dan guitare. Voor de verandering in het Frans guitare > guiterne (en ook bijv. catarrhe/caterne (FEW)) bestaat geen bevredigende verklaring; er is wel gedacht aan invloed van een groot aantal bijbelse en Sarraceense namen (die laatste in de Chansons de Geste, de Franse berijmde ridderverhalen van de Middeleeuwen) die uitgaan op -erne, bijv. Holoferne, Loquiferne.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gitaar [tokkelinstrument] {guitarre 1683} < frans guitare < spaans guitarra < arabisch qītār < grieks kithara [citer] < perzisch sehtār; aan grieks kithara werd latijn cithara ontleend > frans cithare > nederlands citer.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gitaar znw. v., sedert de 17de eeuw < spa. guitarra (wel over fra. guitare, sedert de 16de eeuw) < arab. kīthāra, kittāra < gr. kithárā.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gitaar znw., sedert de 17. eeuw. Evenals fr. guitare, nhd. guitarre v. uit spa. guitarra (< it. chitarra, lat. cithara, gr. kithára). Mnl. oudnnl ghiterne v. gaat op den ofr. vorm guiterne (ontstaan door suffix-substitutie) terug.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

gitaar. Men neemt aan, dat het instrument door de Arabieren bij de rom. volken (het eerst in Spanje?) is bekend geworden: spa. guitarra dan via arab. kîthâra, kittâra uit gr. kithárā.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gitaar v., door Fr. guitare, uit It. chitarra, van Gr. kithára, terwijl citer teruggaat op het Lat. synon. cithara.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ghitaar: – kitaar – , “snaarinstrument”; Ndl. citer/cither (ouer cythar; eers sedert l7e eeu), soos Eng. guitar uit Fr. guitare, naas Sp. en Port. guitarra uit Lat. cithara; hou verb. m. Afr. siter.

Thematische woordenboeken

N. van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gitaar (Frans guitare)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gitaar ‘snaarinstrument’ -> Indonesisch gitar ‘snaarinstrument’; Javaans gitar ‘Europees snaarinstrument’; Madoerees gitar ‘snaarinstrument’; Makassaars hitârá ‘snaarinstrument’; Menadonees hitar ‘snaarinstrument’; Muna hitari ‘snaarinstrument’ (uit Nederlands of Portugees); Sranantongo gitara ‘snaarinstrument’ (uit Nederlands of Engels); Surinaams-Javaans kitar ‘snaarinstrument’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gitaar snaarinstrument 1683 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal