Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

giraf - (langnekkig hoefdier)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

giraf(fe) zn. ‘langnekkig hoefdier (Giraffa camelopardalis)’
Vnnl. gieraffe ‘kameelpaard’ [1555; WNT], ghieraffe ‘giraffe’ [1588; Kil.]; nnl. giraffe ‘langhals, kameelpardel’ [1847; Kramers].
Ontleend, wrsch. niet via Frans giraffe ‘id.’ [16e eeuw], aan Italiaans giraffa ‘id.’ < Arabisch zarāfa of zurāfa ‘id.’, zelf weer ontleend uit een Afrikaanse taal.
In het Nederlands was het dier ook bekend onder namen als kameelpardel of kameelpaard (nu nog Afrikaans kameelperd), uit Latijn camelopardus < Grieks kamēlopárdos letterlijk ‘kameelpanter’, wegens de vlekken op de huid. Deze benamingen kwamen uit beschrijvingen in reisverslagen. Nederland en de rest van Europa leerden de dieren in levenden lijve echter kennen via Italiaanse menagerieën en daarom is het nieuwe woord voor giraffe aan het Italiaanse ontleend.
In het Hoogduits is het woord al sinds 1377 bekend, in allerlei vormen als schraffe, seraffe, etc., waarvan geen Nederlandse equivalenten bestaan; waarschijnlijk heeft Duits het woord eerst rechtstreeks aan het Arabisch ontleend, en in de huidige vorm Giraffe via het Italiaans.
Lit.: Philippa 1991

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

giraffe [dier met lange hals] {ghieraffe 1588} < frans giraffe via italiaans giraffa < arabisch zarāfa, zurāfa, dat waarschijnlijk aan een Afrikaanse taal werd ontleend.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

giraffe znw. v., sedert Kiliaen < nhd. giraffe (sedert 1377, maar zwits. schraffe reeds 1270) of < fra. giraffe < arab. zurāfa (uit een centraal-afrikaanse taal, zie Lokotsch Nr. 2234).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

giraffe znw., sedert Kil. Nnl. uit hd. giraffe v. (sedert 1377) of fr. giraffe of it. giraffa. Dit uit arab. zarâfa. Internationaal woord.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

giraffe. Het hd. woord in de vorm schraffe m. reeds einde 13e eeuw.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

giraffe v., door Fr. id., uit Sp. giraffa, van Ar. zurāfa, en dit uit Kopt. soraphe = langhals.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

giraf s.nw.
Kameelperd.
Uit Eng. giraffe (1594) of Ndl. giraf, giraffe. Hoewel die woord vroeg al in Ndl. bekend is (1588 in die vorm ghieraffe), is kameelperd in Afr. die alg. vorm, eweneens uit Ndl. en reeds in 1663 in 'n reisjoernaal aangetref (Scholtz 1974: 37). Dit is dus waarskynliker dat die huidige gebruik van Afr. giraf aan Eng. invloed toe te skryf is.
Eng. giraffe en Ndl. giraf, giraffe uit Fr. giraffe uit It. giraffa uit Arabies.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

giraf, giraffe: lang iemand met een lange nek. Eigenlijk: een groot Afrikaans hertachtig dier met een lange hals. In de voetbalsport de bijnaam van o.a. Jack Charlton (1935), de boomlange defensiespeler van Leeds United. Duitsers noemen een gierigaard soms met een woordspeling een Gieraffe. In Frankrijk wordt met girafe een lange, magere vrouw aangeduid. Antwerpenaars schelden iemand met een uitzonderlijk lange nek ook wel eens uit voor giraffennek (De Graef).

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

giraf (Frans giraffe)

R. Dozy (1867), Oosterlingen, verklarende lijst der Nederlandschen woorden die uit het Arabisch, Hebreeuwsch, Chaldeeuwsch, Perzisch en Turksch afkomstig zijn, 's-Gravenhage

Giraffe
Het Arab. zarâfa (zerâfa), zorâfa, ook zarrâfa (زرافة); waarschijnlijk is evenwel het woord niet van Arab. oorsprong, en zullen de Arab. den naam, te gelijk met het dier dat er door wordt aangeduid, wel uit de binnenlanden van Afrika hebben ontvangen. Wat den vorm betreft, zoo is bij sommige Middeleeuwsche reizigers de eerste letter nog een z of een s, doch bij anderen reeds een g (zie de plaatsen bij Quatremère, Hist. des sultans mamlouks, I, 2, p. 108, 273); vergelijk over die verandering van z in g het voorgaande artikel. De vokaal i is door den vorm zerâfa te verklaren.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

giraffe herkauwer 1588 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut