Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gilde - (middeleeuwse beroepsvereniging)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gilde zn. ‘middeleeuwse beroepsvereniging’
Onl. gilda ‘broederschap van geloofsgenoten’ [1115; Slicher van Bath]; mnl. (de weueren van mechelne) ... van der gulden (de wevers van Mechelen) ‘ ... van de beroepsvereniging’ [1270; CG I, 184], dese voorsede ghilde ‘dit hiervoor genoemde gilde’ [1291-1300; CG I, 2884]; vnnl. gilde [1521; WNT], gulde [1599; Kil.]. Ook varianten als gilt, gild, gildt, gelt.
Afleiding van een stam waarop ook → geld teruggaat. De oorspr. betekenis was ‘betaling, geldelijke bijdrage’, en wel voor een gemeenschappelijk maal, dat oorspronkelijk een cultische betekenis had. Deze offergemeenschappen zijn door kerk en staat bestreden, en later overgegaan in seculiere gemeenschappen.
Mnd. gilde (> nhd. Gilde ‘broederschap, beroepsvereniging’); ofri. jelde ‘broederschap, godsdienstig gilde’; oe. gegilde (me. gilde, ne. guild ‘beroepsvereniging’); on. gildi ‘betaling, feestmaal, vereniging’ (nzw. gille ‘gilde, genootschap, feest, gelag’); < pgm. *geldjan- (onzijdig) en *geldjō (vrouwelijk), afleidingen van *geldan- ‘vergoeden’, zie → geld.
Het woord was oorspr. onzijdig, maar is in het Duits, Fries en in oostelijke en zuidelijke dialecten van het Nederlands vrouwelijk geworden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gilde* [middeleeuwse broederschap] {gilda [gilde, gildemaaltijd] 1115, gilde 1249} middelnederduits gilde, oudfries jelde, oudnoors gildi [betaling, feestmaal, vereniging] (dat geleend is als middelengels gilde) de oudste betekenis is ‘bijdrage tot een gemeenschappelijk maal’, vandaar ‘broederschap’; verwant met geld1.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

geld

Het woord geld voor: wettig betaalmiddel hoort bij het werkwoord gelden, dat oorspronkelijk betekende: betalen en waarmee ook weer het woord gilde verwant is. De betekenisovergang is daar: betaling, betaling voor een feestmaal, het feestmaal zelf, de vereniging die feesten geeft, de broederschap.

Een merkwaardige verkleiningsvorm van geld is: gelletje dat men in een paar zegswijzen nog wel tegenkomt. Men zegt dat iemand een meisje trouwt ‘niet om haar velletje, maar om haar gelletje’ en ook: ‘als ’t huwelijk is om ’t gelletje, dan wordt het vaak een helletje’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gilde znw. o. v., mnl. ghilde o. v. gilde, gildemaaltijd’, mnd. gilde o. v. ‘gilde, gildemaaltijd, gildevermogen’ (> nhd. gilde), ofri. jelde, on. gildi o. ‘betaling, feestmaal, vereniging’ (> ne. guild), vgl. ook ofrank. gelda ‘collecta’, gildonium ‘eedgenootschap’. — De oorsprong is te zoeken in de heidense offergemeenschappen, die voor de offermaaltijden een bijdrage leverden (zie: gelden). De runeninscriptie van Bjälbo in Östergötland uit de 10de eeuw spreekt van een kilta d.i. ‘gildegenoot’. In het Frankische rijk worden de gildonia aanvankelijk verboden, klaarblijkelijk wegens de heidense herinneringen (vgl. J. de Vries, Altgerm. Rel. gesch.2 §§ 331-332). — Zie ook: hanze.

Of het ne. guild uit het on. overgenomen is, betwijfelt Bense 133; het komt eerst 1109 voor en zou dus ook uit vlaams of hollands kunnen zijn ontleend.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gild, gilde znw. o., mnl. ghilde o. v. “gilde, genootschap, gildemaaltijd”. = mnd. gilde o. v. “id., gildevermogen” (hieruit nhd. gilde v.), ofri. jelde, on. gildi o. “betaling, feestmaal, broederschap, vereeniging” (uit het Noorsch eng. guild). De bet. “vereeniging” komt in ’t On. reeds sedert de tweede helft van de 11. eeuw voor; vgl. bij geld I ags. gield. Gilde is een afl. (*ʒildia-) van geld I; sommigen gaan van de bet. “offer, offerfeest”, anderen van “betaling, geldelijke bijdrage” uit; dan wordt wel gaffel (= mnl. gāvel; zie gabel) vergeleken, dat aan den Nederrijn = “broederschap” is geworden.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gild, gilde o. resp. v., Mnl. ghilde + Hgd. gilde, Ofri. jelde, On. gildi (Zw. gille, De. gilde; — uit On. Eng. guild): afleiding van geld met de bet. geldelijke bijdrage, belasting, gemeenschappelijke maaltijd, genootschap.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gilde s.nw.
1. (histories) Middeleeuse vereniging. 2. Groep mense met gemeenskaplike beroep of belange.
Uit Ndl. gilde (al Mnl. in bet. 1, 1599 in bet. 2). Die oudste bet. van Mnl. gilde was 'betaling, bydrae tot 'n gemeenskaplike maal' waaruit die verband met Mnl. gelt 'betaalmiddel' (sien 1geld) blyk. Uit die bet. 'bydrae tot 'n gemeenskaplike maal' ontwikkel die bet. 'broederskap'.
D. Gilde, Eng. guild.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Gilde, van gelden in de bet. van offeren (zie geld); oorspr. dus: een vereeniging om te offeren, later ook een wereldlijke vereeniging.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gilde ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ -> Engels guild, gild ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’; Fins kilta ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Nederduits); Ests gild ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Nederduits); Frans guilde ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’; Portugees guilda ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ ; Pools † gildia, giełda ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Kroatisch gilda ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Macedonisch gilda ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Servisch gilda ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Sloveens gilda ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Bulgaars gildija ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Lets ģilde ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Litouws gildija ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits); Esperanto gildo ‘middeleeuwse broederschap tot onderlinge hulp, m.n. van burgers van een stad die hetzelfde beroep of bedrijf uitoefenden’ (uit Nederlands of Duits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gilde* middeleeuwse broederschap 1115 [Slicher]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut