Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gibbon - (mensaap)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gibbon [apengeslacht] {1784} < frans gibbon, een Indisch woord, door Joseph-François Marquis Dupleix (1697-1763), gouverneur-generaal van de Franse koloniën in Indië, in Frankrijk geïntroduceerd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

gibbon s.nw.
Klein, stertlose boomaap met lang arms wat in S.O.Asië en Indië aangetref word.
Uit Ndl. gibbon (1784).
Ndl. gibbon uit Fr. gibbon uit Indies gibbon. Die woord is deur Joseph-Fran¢ois Marquis Dupleix, goewerneur-generaal in die Indiese kolonies, in Frankryk bekendgestel.
D. Gibbon, Eng. gibbon (1770).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gibbon mensaap 1784 [WNT wouwou] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal