Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewricht - (verbinding tussen twee beenderen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gewricht zn. ‘verbinding tussen twee beenderen’
Vnnl. in gewrichte van mijnen ellenboge [1519; Verdam 1907], ghewricht ‘id.’ [1599; Kil.].
De herkomst is onduidelijk. Wellicht met metathese van de r (zie ook → gewrocht) ontstaan uit een ouder *ghewerchte < *ghewerfte (met overgang ft > cht, zie → achter), dat dan met → ge-te gevormd kan zijn bij de stam van → werven en → wervel. Ondersteuning hiervoor bieden Middelhoogduits gewerbe (o.a.) ‘draaipunt, gewricht’ en mnl. ghewerve ‘id.’ (wrsch. ontleend), zoals in die ghewerve des ommerincs der erden ‘het draaipunt van de aardbol’ [1348; MNW-P], der leede gewerff ‘gewricht’ [1477; Teuth.]. Een andere mogelijkheid wordt gesuggereerd door een geïsoleerde Middelnederlandse vorm ghewerch [ca. 1481-83; Verdam 1907]: er zou verband kunnen zijn met mnl. wri(j)gen ‘draaien, winden, verschuiven, kromgroeien’, van een stam waarbij wrsch. ook → wrikken en → wreef (mnl. wrijch) horen; het woord is dan met → ge-te (met overgang gt > cht als in bocht bij buigen) gevormd bij deze stam. De vorm ghewerch kan echter ook als tussenvorm of contaminatie beschouwd worden.
Lit.: J. Verdam (1907), ‘Gewricht’, in: TNTL 26, 103-104

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gewricht* [beenderverbinding] {gewrechte 1477, vgl. ook ghewerf [gewricht] 1599} van middelnederlands wrijch [wreef (van voet)], wrigen, wrijgen [winden, verschuiven, overhellen, ineengroeien, kromgroeien], gewrijcht [krom], van een stam die met genasaleerde variant verschijnt in wringen, waarmee ook nauw verwant de stam van worgen, werven (in de oorspr. betekenis draaien) en wervel, wrikken.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gewricht znw. o., voor het eerst 1519 vermeld; men kan uitgaan van een oudere vorm *ghewerchte < *ghewerfte, wegens het bij Kiliaen voorkomende ghewerf ‘gewricht’, vgl. ook de glosse in Voc. Cop. ghewerch (J. Verdam Ts. 26, 1907, 103-4). Deze woorden zijn dan te verbinden met de germ. stam *hwerƀa- ‘draaien, wenden’ (zie: wervel, maar ook wreef).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gewricht znw. o., sedert 1519. Wellicht ontstaan uit *ghewerchte < *ghewerfte, evenals gewrocht < *gheworchte: vgl. Kil. ghewerf, Teuth. gewerff = “gewricht”. *Ghewerfte, ghewerf komen van den ww.-stam χwerƀ- (zie wervel). Misschien is ook invloed van de bij wreef besproken woordfamilie in ’t spel geweest. Ghewerch “gewricht” (Vocabularius Copiosus ± 1483) kan als een compromisvorm opgevat worden.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gewricht o., nergens elders; voor sommigen met cht uit ft van denz. wortel als wervel; eerder een afl. van het bij wreef besproken wrih.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gewricht ‘beweegbare beenderverbinding’ -> Fries gewricht ‘beweegbare beenderverbinding’; Papiaments † gewricht ‘beweegbare beenderverbinding’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gewricht* beweegbare beenderverbinding 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut