Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewoon - (gebruikelijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gewoon bn. ‘gebruikelijk’
Mnl. ghewone sijn ‘gewend zijn, vertrouwd zijn (met iets), plegen’, altijd van personen of personificaties gezegd, zoals in den orlof dien de heilege kerke es gewone tegeuene ‘de toestemming die de heilige kerk gewoonlijk geeft’ [1236; CG I, 25], die wel ten wapinen was ghewone ‘die gewend was met wapens om te gaan’ [1285; CG II, Rijmb.]. Buiten de vaste verbinding gewoon zijn komt gewoon, in de betekenis ‘volgens een gewoonte of gebruik’, pas voor vanaf het vnnl., bijv. in de gewone zinrijckheid des allervernuftighsten Schilders ‘de gebruikelijke veelzeggendheid van de zeer begaafde schilder’ [1640; WNT]; nnl. gewoone wagens [1776; WNT], buiten den gewoonen loop der Natuur [1785; WNT].
Afleiding met → ge- (sub g) van een stam die ablautend verwant is met die in het werkwoord → wennen. Over een eventuele relatie met → wonen (zie aldaar) bestaat geen zekerheid: in de zeldzame gevallen waar betekenissen elkaar kruisen (bijv. mnl. ghewone ‘wonende’ of wonen ‘gewoon zijn’, zie MNW) zal eerder sprake zijn van secundaire (volksetymologische) invloed.
Os. giwono, giwuno (mnd. wone); ohd. giwon (vnhd. gewohn, naast nhd. gewohnt < mhd. gewonet, verl.deelw. van gewonen); oe. gewuna (me. wone; vne. wone zn. ‘gewoonte’); < pgm. *ga-wuna-, bij de nultrap van de stam van pgm. *wan-jan- ‘wennen’. Bij *wan-a ook on. vanr ‘gewoon’ (nzw. van). De ö in nhd. gewöhnen ‘gewennen’ is een klankvariant van de e die ontstaan is door de umlaut van de a in *wan-jan; dit woord hoort dus niet rechtstreeks bij nhd. gewohn(t).
De verbinding ghewone sijn (nnl. gewoon zijn) ging meestal gepaard met een infinitief (ghewone sijn te doene), een bijzin met dat (die es ghewone dat hi ...) of een zaak in de genitief (quader seden gewone sijn). Al in de oudste attestaties komen de betekenissen ‘vertrouwd zijn, gewend zijn’ en ‘plegen, gewoonlijk doen’ naast elkaar voor en zijn ze vaak moeilijk te onderscheiden. In de hedendaagse taal is de verbinding in beide betekenissen minder gebruikelijk dan gewend zijn (vergelijkbaar met de Duitse overgang van gewohn naar gewohnt). Gewoon buiten deze vaste verbinding, in de betekenis ‘volgens gewoonte of gebruik’, later ook ‘alledaags, ordinair’ is veel jonger en wordt pas aan het eind van de 18e eeuw gebruikelijk; het vervangt dan het oudere gemeen in deze betekenis (een gemeen leven [1637; Statenbijbel, II Makabeeën 14:25]).
Of, en in hoeverre dit modernere gebruik van gewoon beïnvloed is door dat van Duits gewohn(t) is onduidelijk.
gewoonte zn. ‘vaste manier van doen’. Mnl. ghewoonte, in na der ghewontthe uan den hus ‘volgens de gewoonte van het huis’ [1236; CG I, 22-23], naast ghewoonde [gewoende 1240; Bern.]. Afleiding van het bn. Na de 14e eeuw alleen nog met -te. ♦ gewoontjes bw. ‘alledaags, ordinair’. Nnl. zoo gewoontjes, zoo schraal [1909; WNT Aanv.]. Gevormd met het achtervoegsel → -tje bij het bn., zie ook → glad.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gewoon* [gewend, gebruikelijk] {gewone 1236} ablautend bij wennen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gewoon bnw., mnl. ghewōne ‘gewend, gewoon’, zwakke vorm naast os. giwono, giwuno, ohd. giwon, oe. gewuna, en abl. on. vanr. — Zie: wonen en wennen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gewoon bnw., mnl. ghewōne (bijna nooit attributief) “gewend, gewoon”. Zwakke vorm van ’t bnw. *ʒawuna-, = ohd. giwon (st.), os. giwono, giwuno, ags. gewuna (zw.); met ablaut on. vanr “id.”. Verwant met wonen en wennen. De zelden voorkomende bet. “woonachtig” van mnl. ghewōne berust op invloed van wonen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gewoon bijv., Mnl. ghewone, Os. giwuno + Ohd. giwon (Mhd. gewon, Nhd. met paragog. t gewohnt), Ags. gewuna: van denz. stam als wonen (z. wonen en ook aard 2).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

gewoen (bn.) gewoon; Vreugmiddelnederlands ghewone <1236>.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1997), Borrelwoordenboek: 750 volksnamen voor onze glazen boterham, Den Haag

stamgast ‘De relatie tussen de barman en een klant kan zich zo ontwikkelen, dat de barman automatisch een stamgast te voorschijn haalt, als de vaste klant binnenkomt.’ Aldus een informant uit Schiedam, die deze borrelnaam ook buiten de jeneverstad hoorde. Een stamgast hoeft natuurlijk niet per se een glaasje jenever te zijn, maar voor een spaatje zal het niet snel worden gebruikt. Een informant uit Noord-Brabant leverde de vergelijkbare borrelnamen gewone (‘Doe mij maar een gewone’), gebruikelijke en standaardje aan.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Gewoon van wonen, ergens thuis zijn, thuis behooren, evenals: gewennen. Een gewoon verschijnsel: het hoort hier thuis, is niet vreemd. Hij is dat gewoon, gewend: daarin is hij thuis, ’t is hem niet vreemd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gewoon ‘gewend, gebruikelijk’ -> Fries gewoan ‘gewend, gebruikelijk’; Negerhollands geween ‘gewend, gebruikelijk’; Papiaments gewoon, gewon, hewon ‘gebruikelijk’; Sranantongo gewoon ‘alledaags’; Surinaams-Javaans kuwun ‘alleen maar, slechts’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gewoon* gewend, gebruikelijk 1236 [CG I1, 25]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut