Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewelf - (hol gebogen metselwerk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gewelf zn. ‘hol gebogen metselwerk’
Vnnl. gewelf ‘hol gebogen metselwerk’ [1573; Thes.]. Eerder al mnl. ghewulft ‘id.’ zoals in den toorne baven den ghewulfte ‘de toren boven het gewelf’ [1369; MNW orbare] en vnnl. (ghe)welfsel, ghewelfde kelder [1567; Nomenclator]. Daarnaast nog eerder en met ander voorvoegsel mnl. verwelf(te), verwulft(e), bijv. verweluete [1240; Bern.], tferwelf ‘het gewelf’ [1285; CG II, Rijmb.]), vnnl. ook verwelfsel, verwurfsel.
De oudste vorm is verwelfte; deze vorm is samen met de jongere klankvariant verwulft(e) in het Middelnederlands bovendien het meest frequent en zal daarom wrsch. oorspronkelijk zijn. Het is een afleiding van mnl. verwelven ‘een gewelf aanbrengen, boogvormig maken’, gevormd met het voorvoegsel → ver- bij → welven ‘een boogvorm vertonen, aanbrengen’. Hieruit kunnen alle andere varianten verklaard worden. De huidige vorm gewelf is weliswaar te beschouwen als afleiding met het voorvoegsel → ge- (sub d) bij het werkwoord → welven, maar dat het geheel onafhankelijk van verwelfte is ontstaan, is niet waarschijnlijk. Wanneer men gewelf ziet als product van een geleidelijke hermodellering, zijn de weinig frequente vormen verwelf en gewelft (of gewulft) eenvoudig te verklaren als tussenvormen. De klinker u, die al in Middelnederlands voorkomt en in het Nieuwnederlands nog lang bleef voortbestaan, is het gevolg van ronding van e door naburige w en l, zoals bijv. ook in wulps bij welp.
De varianten met -sel zijn het resultaat van de nog productieve afleiding met → -sel van overgankelijke werkwoorden.
Alleen mnd. gewelfte en ohd. giwelbi, gewolbe (mhd. gewelbe, nhd. Gewölbe) bij het werkwoord wölben ‘welven’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gewelf* [halfgebogen zoldering] {gewelf, gewelve, gewelft, gewulft 1435-1500} middelnederduits gewelfte, oudhoogduits giwelbi (hoogduits Gewölbe); de u in gewulft is te verklaren door de invloed van de volgende labiaal. Afgeleid van welven.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gewelf znw. o., mnl. ghewelf, ghewelve, ghewelft, ghewulft o., vgl. mnd. gewelfte o., maar ook ohd. giwelbi o. (nhd. gewölbe). De u in ghewulft (vgl. ook het Verwulft in Haarlem) is door invloed der volgende labialen te verklaren. — Afl. van welven.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gewelf znw. o. Van welven. Mnl. is ghewulft o. het gewone woord, wellicht met u uit e, = mnd. gewelft o. “gewelf; ohd. komt reeds giwelbi o. (nhd. gewölbe) “id.” voor.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

gewelf. Het mnd. woord is gewelfte o.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gewelf* halfgebogen zoldering 1435-1500 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut