Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewas - (planten van een bepaalde soort)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gewas zn. ‘planten van een bepaalde soort’
Mnl. ghewas ‘id.’ in dat si ... gheinen win ... enmoghen vercopen sonder hore ghewas ‘dat zij geen wijn mogen verkopen, behalve (van) hun eigen wijnstok’ [1299; CG I, 2621].
Afleiding met het collectiefvoorvoegsel → ge- (sub d) van het werkwoord → wassen 2 ‘groeien’.
Alleen mhd. gewahs ‘gewas’ (nhd. Gewächs, ook ‘tumor’, met umlaut naar analogie van veel andere Duitse zn. met Ge-).
Het Nederlandse woord heeft meestal betrekking op gekweekte planten.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gewas s.nw.
1. Plaaslike uitgroeiing van liggaamsweefsel. 2. Bepaalde soort plant. 3. Plantegroei.
Uit Ndl. gewas (ongeveer 1600 in bet. 1, 1608 in bet. 2, eerste optekening in Die Bybel, waarna ongeveer 1648 in bet. 3). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Gewächs.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut