Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gewarig - (waakzaam)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gewarig* [waakzaam] {gewarich [opmerkzaam] 1350} van middelnederlands gewaren [ontwaren, opmerken], vgl. gewaar worden.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

gewarig, bn.: waakzaam, attent, slim. Ook Wvl. ‘gewaar, opmerkzaam, waakzaam, wakker, alert’. Afl. van Mnl. geware ‘oplettend, opmerkzaam, wakker’, Vnnl. ghewaer ‘behoedzaam, opmerkzaam’ (Kiliaan). Os., Ohd. giwar, Oe. gewær, E. aware. Op zijn beurt afl. van Mnl. ware ‘hoede, zorg, opmerkzaamheid’, Os. wara, Ohd. ware, Oe. waru ‘zorg’, Os. war ‘voorzichtig’, Oe. wær ‘gewaar, opmerkzaam’, On. varr ‘behoedzaam’, Got. war ‘behoedzaam’. Het woord schuilt ook in bewaren, waarschuwen, waarnemen.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

gewarig waakzaam (Zuid-Nederland). = mnl. gewarich opmerkzaam’. ~ gewaarworden, bewaren, waarnemen. Het hoofdelelement = mnl. ware ‘hoede, zorg’, ohgd. wara ‘het achtslaan op’. Het is ook aanwezig in eng. aware ‘bewust’. Wsch. van een wortel die ‘acht geven’ betekent en aanwezig is in lat. vereor ‘ik vrees’.
Goemans 232, De Bont 1958, 203, IEW 1164.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

gewarig (D, K, O, P, R), bn.: gewaar (D, K), opmerkzaam, waakzaam, wakker, alert. In de eerste bet. vooral ‘k ben ‘t gewarig ‘ik word het gewaar, ik merk het’. De tweede bet. vooral in ‘n gewarige hond. Afl. van Mnl. geware ‘oplettend, opmerkzaam, wakker’, Vroegnnl. ghewaer ‘cautus, providus; sentiens, persentiens’ (Kiliaan). Os., Ohd. giwar, Oe. gewœr, E. aware. Op zijn beurt afl. van Mnl. ware ‘hoede, zorg, opmerkzaamheid’, Os. wara, Ohd. ware, Oe. waru ‘zorg’, Os. war ‘voorzichtig’, Oe. weer ‘gewaar, opmerkzaam’, On. varr ‘behoedzaam’, Got. war ‘behoedzaam’. Het woord schuilt ook in bewaren, waarschuwen, waarnemen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut