Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gevolg - (dat wat uit iets volgt, effect; gezamenlijke personen die een hooggeplaatst persoon begeleiden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gevolg zn. ‘dat wat uit iets volgt, effect; gezamenlijke personen die een hooggeplaatst persoon begeleiden’
Mnl. met vollen ghevolghe ‘met (ieders) volledige instemming’ (ofwel ‘dat wat volgt op een voorstel e.d.’) [1285; CG I, 1049], gevolch doen ‘gevolg geven, uitvoering geven’ [1416; MNW]; meer in het algemeen vnnl. gevolg ‘dat wat uit iets volgt, effect’: die voorvals óórzaak ... en na 't ghevólgh wil trachten ‘wie de oorzaak van een voorval en daarna het effect wil bestuderen’ [ca. 1610; WNT voorval I]. Daarnaast al mnl. ‘iemands volgelingen’ in myt gevolge menniges voelcks ‘met veel meelopend volk’ [ca. 1470; MNW] en specifieker m.b.t. een hooggeplaatste, zoals in vnnl. een stoet van konincklijck gevolgh [1634; WNT vriendschap].
Afleiding met het collectiefvoorvoegsel → ge- (sub d) van → volgen ‘gaan achter, komen na’; het gevolg is ‘wat komt achter of na’.
Mnd. gevolch ‘gevolg’; mhd. gevolge (nhd. Gefolge ‘volgelingen’); daarnaast zonder voorvoegsel en met umlaut on. fylgi ‘ondersteuning van volgelingen’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gevolg* [personen die iem. begeleiden, wat uit iets voortvloeit] {gevolch [volgelingen, het met iem. eens zijn, uitvoering] 1285; de betekenis ‘uitvloeisel’ 1644} middelnederduits gevolch [gevolg], oudhoogduits gafolgi [het volgen], oudnoors fylgð [hulp van volgelingen, argumentatie]; afgeleid van middelnederlands gevolgen [navolgen], of van volgen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gevolg znw. o., mnl. ghevolch o. ‘volgelingen; rechtsgebied van een ambacht; overeenstemming met iemands mening’, mnd. gevolch ‘gevolg’, ohd. gafolgi o. ‘het volgen’; on. fylgi ‘hulp van volgelingen’; (laat) ‘argumentatie om een mening te bewijzen’ (uit *fulgjan); afl. van volgen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gevolg znw. o., mnl. ghevolch o. “volgelingen, met een ambacht verbonden rechtsgebied, overeenstemming met iemands meening”. Van volgen evenals nhd. gefolge o. “volgelingen”, mnd. gevolch o. “gevolg”, ohd. gafolgi o. “het volgen”; on. fylgi o. “ondersteuning van volgelingen” gaat klankwettig op *fulʒia-n terug.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gevolg* personen die iem. begeleiden 1285 [CG I2, 1049]

gevolg* wat uit iets voortvloeit 1644 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut