Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gevest - (handvat van een steekwapen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gevest zn. ‘handvat van een steekwapen’
Vnnl. ghevest(e) ‘handvat van een blank wapen’ in de handt opt gheuest van zijn rappiere ‘de hand op het handvat van zijn rapier’ [1564; WNT rapier I], langhe pongiaerts ... met een houte ghevest ‘lange ponjaards met een houten handvat’ [1602; WNT knop I].
Afleiding met het collectiefvoorvoegsel → ge- (sub d) van een verouderd werkwoord vesten ‘vastmaken, vastleggen, stevig verbinden, funderen’, een afleiding van → vast en zie ook → grondvest en → veste. Een gevest is dus ‘datgene waaraan een steekwapen is vastgemaakt’.
In het Middelnederlands had ghevest(e) de betekenis ‘vesting’, dus letterlijk ‘datgene wat gefundeerd, gevest is’ en ook de betekenis ‘verbond’, dus ‘datgene wat vastgelegd is en/of waarmee de partijen verbonden zijn’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gevest* [handvat] {gheveste 1588} van middelnederlands vesten [vastmaken, bevestigen], van vastvesting.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gevest znw. o., sedert Kiliaen ‘gevest van een zwaard’, maar mnl. ghevest o. ‘vesting, verbond’, gevormd van vesten ‘vast maken’, afl. van vast.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gevest znw. o., in de bet. “gevest van een zwaard, dolk enz.” sedert Kil. Hetzelfde woord als mnl. ghevest o. “vesting, verbond”, dat van mnl. oud-nnl. vesten “vast maken” (nog archaïstisch), een afl. van vast, komt. Mhd. gefaʒʒede, nhd. gefäss o., die o.a. “gevest” beteekenen, zijn van geheel anderen oorsprong.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gevest o., met e = ä van vast.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gevest (Duits Gefäß)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gevest handvat van blank wapen 1588 [Claes] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut