Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geval - (dat wat gebeurt, omstandigheid; moeilijk te omschrijven voorwerp)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geval zn. ‘dat wat gebeurt, omstandigheid; moeilijk te omschrijven voorwerp’
Mnl. geval ‘omstandigheid’ in bi geualle uan den dienres stille ‘in geval van zwijgen door de dienaar’ [1236; CG I, 24], geual ‘lot, gebeurtenis’ [1240; Bern.], ouer .ij. iaer cam .i. gheual ‘na twee jaar deed zich een gebeurtenis voor’ [1285; CG II, Rijmb.]; nnl. ‘voorbeeld, staaltje, zich voordoend geval’ in een geval van niet betaling [1770; WNT renteheffer], ‘omstandigheid’ vaak in min of meer vaste verbindingen, zoals in dat geval ‘onder die omstandigheden’ [1760; WNT Aanv. onverhopen(t)lijk]. Als verkleinwoord ‘zaakje, akkefietje’, in dergelijke gevalletjes, waar jongelieden van de eerste familiën in betrokken zijn [1840; WNT betrekken], ‘vreemd voorwerp’ in wat een raar gevalletje [1914; van Dale], geval ‘vreemd, niet te definiëren voorwerp’, in wat heeft ze nu toch voor een geval op haar hoofd [1952; Koenen].
Afleiding van het Middelnederlandse werkwoord gevallen ‘gebeuren, overkomen, uitvallen’, een afleiding met het voorvoegsel → ge- van → vallen; een geval is letterlijk wat op iemand valt, wat iemand toevalt; zie ook → toeval en → ongeval. De recente betekenis ‘moeilijk te omschrijven voorwerp’ kon wrsch. ontstaan doordat ook een niet nader omschreven gebeurtenis of toestand vaak wordt aangeduid met geval of gevalletje.
Mnd. geval ‘toeval, geval, gebeurtenis, lot; het believen’, mhd. geval ‘geval, toeval; het believen’.
Een andere betekenis van mnl. gheval was ‘slachting’, letterlijk ‘het vallen in de strijd’; ook Oudhoogduits gival ‘het vallen van doden en gewonden’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geval* [voorval, omstandigheid] {1201-1250 in de betekenis ‘lot, toeval, geval’} van gevallen [gebeuren], van vallen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

geval znw. o., mnl. gheval o. ‘lot, toeval, geval’, mnd. geval o. ‘geval, toeval, gebeurtenis, lot’, mhd. geval m. o. ‘geval, toeval’ is afgeleid van het ww. mnl. (ghe)vallen ‘gebeuren, uitvallen’. In andere bet. vinden wij mnl. gheval o. ‘slachting’, ohd. gival m. ‘het vallen van doden en gewonden’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geval znw. o., mnl. gheval o. “lot, toeval, geval”. Een afl. van mnl. (ghe-)vallen = “gebeuren, uitvallen”. Bij de letterlijke bet. van dit ww. sluit zich mnl. gheval o. “slachting” aan. Vgl. mhd. geval m. o. “geval, toeval” (ook “het believen”; ohd. gival m. = “het vallen van dooden en gewonden”), mnd. geval o. “toeval, geval, gebeurtenis, lot” (ook “het believen”).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geval o., verbaalabst. van gevallen = voorvallen. Zie ook bevallen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geval ‘voorval, omstandigheid’ ->? Duits dialect Gefall ‘voorval, omstandigheid’; Negerhollands val ‘voorval, omstandigheid, kwestie’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geval* voorval, omstandigheid 1240 [Bern.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut