Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geul - (relatief smal, meestal diep of verdiept water)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geul zn. ‘relatief smal, meestal diep of verdiept water’
Onl. gulja in de riviernaam Geul (Limburg NL): torrentem qui Gulia dicitur ‘de stroom die Geul wordt genoemd’, Gullo ‘de Geul’ [908 resp. 991-98; Künzel]; mnl. dijcmeesters ... dewelke dit groete gat ende guelle verwonnen ‘dijkmeesters die dit grote en diepe gat herstelden’ [ca. 1470; MNW]; vnnl. den viant ... scheen te willen commen naer de geule om die te sluyten ‘de vijand leek naar de vaargeul te willen komen, om die te blokkeren’ [1601; WNT zuidoost]; nnl. ook geul ‘kanaal of goot om vloeistof af te voeren’ in een geul of goot [1779; WNT water], en geul ‘groef, gleuf’, in alle de kiezen (der koeien) hebben holle groeven en geulen [1805; WNT].
Mnd. göle ‘moeras’; mhd. gülle ‘plas, poel’ (nhd. Gülle ‘mest, gier’); on. gjól in plaatsnamen, misschien gil ‘kloof’ (nno. dial. gyl ‘kloof’), nzw. göl ‘diepe plaats in rivier, plas’. Op grond van mnl. guele en gewestelijke vormen als gule, guil gaat FvW uit van ontlening aan Frans gueule ‘keelgat, bek’, dat als ouder gole [ca. 1135; Rey] en gola [eind 10e eeuw; Rey] teruggaat op Latijn gula ‘keel’, zie → keel, waarbij de betekenis zich dan van ‘keel’ via ‘diepe opening’ naar ‘waterdiepte’ heeft ontwikkeld. In het Frans is de betekenis ‘geul, beek’ echter zeer zeldzaam (FEW). Op grond van de riviernaam Geul moet het woord al oud en Germaans zijn, maar wellicht heeft het zich later alsnog met het Franse woord vermengd (FvWS).
Verdere etymologie onduidelijk. NEW voert de Germaanse vormen terug op de wortel pie. hei- ‘wijd open staan’ met ablautvariant ǵhēi- (IEW 449), zie → geeuwen. Daarnaast staat in dezelfde betekenis ook ǵhēu-. Het is ook mogelijk, gezien het geringe verspreidingsgebied en het betekenisveld ‘landschapsbenaming’, en ook gezien de wisseling van -ei- en -eu- vormen, dat het Germaanse woord uit een substraattaal komt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geul* [smal water] {in de waternaam Gulia 908, geul(e), guelle [geul] 1470} middelnederduits goele [moeras], middelhoogduits gülle [poel], zweeds göl [diepe plaats in een rivier]; zou kunnen stammen van frans gueule, latijn gula [keel], maar gezien de naam van de Limburgse Geul (als Gulia, 9e eeuw) en het feit dat riviernamen oud plegen te zijn, gelet ook op fins kulju [plas], een oud germ. leenwoord, lijkt germ. herkomst waarschijnlijk.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

geul znw. v., men neemt aan, op grond van vormen in de dialecten (Beierl. gòil, N.-Beveland hùilǝ e.a.) dat het woord, reeds mnl. gheule, ghuelle v. ‘geul, groeve, kil, gat in een dijk’ zou stammen < fra. gueule ‘keelgat’ < lat. gula. Er is echter niet aan te twijfelen, dat hier ook een echt-germaans woord aan ten grond ligt, waarvoor de Limb. riviernaam Geul (891 als Gulia overgeleverd) een zeker bewijs is, vgl. verder mnd. gȫle v. ‘moeras, vochtige laagte’, mhd. gülle ‘plas, poel’, maar vooral noorw. dial. gyl ‘kloof’ en on. in plaatsnamen gjōl. Grondvormen zijn dus *geula, gula.

De etymologie is bezwaarlijk. Er is echter op te letten, dat naast *geula, gula ook *geila, gila voorkomen, vgl. on. geil ‘nauwe weg’, en ohd. gil ‘breuk’, on. gil ‘spleet, scheur’ (voor deze wisseling zie J. de Vries PBB 80, 1958, 21). Men vergelijkt bij on. gil (waarbij nog te voegen mnl. giel ‘open muil’) wel lit. gilùs ‘diep’. Maar het woord laat zich uit het germaans zelf verklaren. Daartoe is te wijzen op nijsl. geila ‘scheiden’, oe. gælan (< *gailjan) ‘verhinderen, talmen’ en ook mnd. gilen ‘begeren, bedelen’. Deze voeren tot de idg. wt. *ĝhēi ‘gapen, open staan’ (waarvoor zie: geeuwen) vgl. IEW 449. In het idg. staan naast elkaar met dezelfde bet. de wortels *ĝhēi̯ en ĝhēu̯. Men moet echter ook rekenen met wisseling van ei- en eu- vormen binnen het germ. zelf.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geul znw. De dial. vormen beierl. gòil, N.-Bev. hùilǝ, Aalstsch gule (naar ’t demin. voor gūl) benevens mnl. guelle v. “geul, gat in een dijk” zijn uit fr. gueule “keelgat” (< lat. gula) te verklaren. De bet. is geen bezwaar. De eu (ook dial.: Goer. geulǝ) kan aan invloed van heul II worden toegeschreven, of direct voor de fr. eu zijn gesubstitueerd. Minder wsch. is een germ. grondvorm, verwant met gieten en gooien.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

geul. Gron. guil mag wsch. gevoegd worden bij de dial. vormen, die op ontl. uit het Fr. wijzen. De limburgse riviernaam, die reeds 891 als Gulia voorkomt, zal echter zeker van germ. oorsprong zijn, en bij mnd. gȫle v. ‘moeras, vochtige laagte’, mhd. gülle v. ‘plas, poel’ (hd. gülle), zw. göl ‘diepe plaats in een rivier, plas’ (ozw. *gyl; vgl. ook het finse leenw. kulju ‘plas’), noorw. dial. gyl ‘kloof’ behoren. (De oorsprong van deze woorden is onzeker). Ook in het Ndl. kan een inheems woord van deze groep hebben bestaan, dat zich met het ontleende heeft vermengd. Vgl. W.de Vries Tschr. 34, 15.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geul v., Mnl. gole + Mdd. goele, Nhd. gülle, Zw. göl: een afleid. van hol, met g in plaats van h, omdat in sommige naamvallen der oorspr. verbuiging de klemtoon op de derde lettergreep lag.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geul ‘smal water’ -> Fries geul ‘smal water’; Duits dialect Göle, Gaal ‘smal water, dalkom waardoor water loopt, geul om een fruitboom, huidplooi’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geul* smal water 0908 [Künzel]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut