Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

getouw - (weeftoestel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

getouw zn. ‘weeftoestel’
Mnl. getouwe ‘werktuig van handwerksman, weefgerei’ [1240; Bern.], dat ne ghen weuere moghe maken omganc ten ghetowen omme drinke penninghe ‘dat geen enkele wever het weeftoestel mag bedienen om drinkgeld’ [1270; CG I, 184], metselaers mit horen gereescip, ghetouwe ende breecbilen ‘metselaars met hun gereedschap, werktuigen en breekijzers’ [voor 1400; MNW]; vnnl. ghetouwe of ghetauwe ‘mechanisch toestel’, ghetouwe des wevers, wevers touwe ‘toestel van de wever’ [beide 1599; Kil.].
Afleiding met het voorvoegsel → ge- (sub b) van het werkwoord touwen ‘gereedmaken, bewerken, knopen etc.’, een tot in de 19e eeuw voorkomende variant van → tooien; een getouw is dus een toestel waarmee men bewerkt, gereedmaakt, etc. Een andere mogelijkheid is afleiding met het collectiefvoorvoegsel → ge- (sub c) van het Middelnederlandse zn. touwe ‘gereedschap, werktuig’, later ook ‘weefgetouw’ (ook behorend bij het werkwoord touwen); getouw zou dan een complexer werktuig aanduiden dan de oudere betekenis van touwe.
Mnd. getouwe ‘werktuig, weefgetouw’. ohd. gizāwa ‘uitrusting, huisraad’; oe. getāwe ‘uitrusting’; zonder voorvoegsel ofri. tauwe ‘werktuig’ (nfri. tou).
Getouw en touwe zijn wrsch. niet verwant met → touw ‘koord’, mnl. tou (FvW).
De vormen met en zonder voorvoegsel zijn nog terug te vinden in de uitdrukkingen iets op het getouw zetten (thans vooral BN) en iets op touw zetten ‘iets ondernemen, beginnen of opzetten’, in door éénen zien bewerken wat voor velen op het touw gezet was [1817; WNT touw i], toen hij (een zeker boek) op het getouw zette [1868; WNT getouw].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

getouw* [toestel waarop men weeft] {1561} van touwen.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

getouw znw. o., mnl. ghetouwe, ghetauwe o. ‘werktuig, tooi’, mnd. getouwe o. ‘werktuig, weefgetouw’, ohd. gizāwa v. ‘huisraad’, mhd. gezouwe o. v. ‘werktuig, weefgetouw, uitrusting, wagen’, ofri. tauwe ‘werktuig’, oe. getawe, geatwe v., on. gǫtvar v. mv. ‘uitrusting’. — Zie: tooien en touwen.

touw 2 znw. o. ‘getouwʼ, zie daarvoor: getouw.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

getouw znw. o., mnl. ghetouwe, ghetauwe o. “werktuig, tooi”. Vgl. ohd. gizâwa v. “supellex”, mhd. gezouwe o. v. “werktuig, weefgetouw, uitrusting, wagen”, mnd. getouwe o. “werktuig, weefgetouw”, ofri. tauwe “werktuig”, ags. getā̆we, geatwe v., on. gotvar v. mv. “uitrusting”. Bij tooien, touwen.

touw II (getouw) znw. o., reeds mnl., mhd., mnd., ofri. Zie getouw.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

getouw* toestel waarop men weeft 1240 [Bern.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2280. Iets op (het) (ge)touw

De vorm zonder ge komt sedert de Middeleeuwen voor; zie Mnl. Wdb. VIII, 614 en vgl. Kiliaen: Ghetouwe des wevers, j. wevers touwe, machina textoria. zetten,

eig. gezegd van de schering die bij een weefgetouw opgespannen wordt, doch in fig. toepassing, van arbeid voor den geest, waarvoor men een plan maakt, dat vervolgens moet worden uitgewerkt; Ndl. Wdb. IV, 1849; XI, 243; Handelsblad, 14 Dec. (avondbl.) 1914 p. 6 k. 4: Eene bijeenkomst, welke op het getouw wordt gezet door predikanten van verschillende kerken. Vgl. voor een soortgelijken overgang van beteekenis iets beramen; iemand iets berokkenen (denk aan het spinrokken), mnl. iet trapeneren, weven, maar ook op het touw zetten; syn. van mnl. iet (be)weven, bewerken; iet spinnen, iets op touw zetten; eng. to weave a plot, een komplot smeden, en het hd. etwas anzetteln; fri. op tou sette. In Zuid-Nederland iets op het getouw brengen, iets te berde brengen (Waasch Idiot. 795); in Groningen en Oost-Friesland: iets op stel (= weefsel, weefgetouw) zetten (Molema, 401 b; Ten Doornk. Koolm. III, 308 a); fr. mettre (ou avoir) qqch. sur le métier. Vgl. ook iets opzetten, beginnen, beramen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut