Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geteisem - (gespuis, uitschot)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geteisem zn. ‘gespuis, uitschot’
Nnl. (Bargoens) geteisem ‘slecht volk, uitvaagsel’ [1906; Boeventaal], dat zijn me gateisum ‘dat zijn me schooiers, dat is me gespuis’ [1906; WNT Aanv.], dat uitvaagsel, dat geteisem [1912; WNT Aanv.].
Ontleend aan Nederlands-Jiddisch chatteisem, een (historisch ongrammaticaal Hebreeuws) meervoud van chattes ‘schooier’ < Hebreeuws ḥaṭṭāþ ‘zonde, zondoffer’. Het eigenlijke Hebreeuwse meervoud is ḥaṭṭāʾōþ, wat in het Jiddisch *chattoës zou opleveren. Het meervoud chatteisem is ontstaan naar analogie van het patroon chawwer, mv. chawweirem ‘vriend(en)’, chazzer, mv. chazzeirem ‘varken(s)’ etc.
Dit woord is voornamelijk NN, maar begint ook in het BN steeds bekender te worden.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geteisem [uitvaagsel] {1906} < jiddisch chatteisem [schooiers], mv. van jiddisch chattes < hebreeuws ḥaṭṭāth [zondoffer, zonde, vergissing].

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

geteisem: (Bargoens) uitschot, gespuis. Van het Jiddische woord chatteisem, enkelvoud chattes. Het betekent zowel ‘arme’ als ‘slechte’ mensen. Enkel de tweede betekenis is in het Nederlands overgegaan. Hierbij is het oude meervoud naar analogie van gepeupel*, uitsluitend in het Nederlands, onzijdig enkelvoud is geworden. Reeds bij Henke.

Zou ze ’t goed vinden, dat je zo’n stuk geteisem meebrengt? (A.M. de Jong, Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)
Er zit veel geteisem onder de logeerklanten. (H. van Aalst, Onder martieners en bietsers, 1946)
Stuk geteisem! Ploert! (W.F. Hermans, Herinneringen van een engelbewaarder, 1971)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

geteisem (Jiddisch chatteisem)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geteisem uitvaagsel 1906 [MOO] <Jiddisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut