Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geselen - (met een gesel slaan, straffen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gesel zn. ‘strafwerktuig’
Mnl. gessle ‘strafwerktuig’ [1240; Bern.], maar meestal ghe(e)sele zoals in metter gheeselen, die hi maecte van corden ‘met de gesel, die hij maakte van koorden’ [1291-1300; VMNW], overdrachtelijk ‘straf’ in sine gheecele es so suar ‘de straf die hij oplegt, is zo zwaar’ [1265-70; CG II, Lut.K].
Afleiding met het achtervoegsel -el (< pgm. *-il-) dat werktuignamen vormt (zie → beitel), van dezelfde wortel die in het Nederlands tot → geer 1 ‘speer’ heeft geleid. De Oudnederlandse overgang s > z trad meestal niet op voor een l (Schönfeld 1970, par. 48).
Mnd. geisel; ohd. geis(i)la ‘gesel, zweep’ (nhd. Geißel); on. geisli ‘stok, straal’; < pgm. *gais-ila-.
geselen ww. ‘met een gesel pijnigen; straffen, teisteren’. Mnl. ghe(e)selen ‘pijnigen (met een gesel)’ en ‘straffen in het algemeen’ in dat he geis[elen solde] ‘dat hij zou straffen’ [1200; CG II, Servas], den gonen die god gegesselt heuet met sulken euele ‘degenen die God gestraft heeft met zulk kwaad’ [1236; CG I, 20]; (v)nnl. ook ‘teisteren (bijv. door een natuurverschijnsel)’, in die fackel wert gestaeg gegeesselt van den wint [1635; WNT]. Afleiding van het zn.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

3gesel ww. (met klem op eerste lettergreep)
1. Slaan, straf. 2. Hewig kwel, folter.
Uit Ndl. geselen (al Mnl.), 'n afleiding van gesel (sien 2gesel).
D. geisseln.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geselen ‘met een gesel slaan, straffen’ -> Negerhollands geesel ‘met een gesel slaan, straffen’.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

925. Hij heeft er een hond(je) zien geeselen,

d.i. ‘hij heeft daar iets verschrikkelijks gezien, dat hem die plaats doet mijden. Inzonderheid in vragenden vorm gebezigd, als een schertsend verwijt, dat iemand aan een ander doet, die hem in lang niet bezocht heeft’; Ndl. Wdb. IV, 700; II, 869. Ook, evenals deze zegswijze, in de 18de eeuw: hij heeft er een begijn of een zwijn zien geeselen (zie nog C. Wildsch. IV, 234; 311; Waasch Idiot. 87 a). Vgl. V. Schothorst, 132; Molema, 124 a: hij het doar 'n hondje gieseln zijn; neders. he het daar enen hund stupen seen; Eckart, 224: da hett he en Hund ûtstuppen sên; fri.: hy het dêr in houn giseljen sjoen; De Cock1, 85 en Boekenoogen, 610 in denzelfden zin: hij heeft er 'n zwart mantje (of de zwarte katDat duivels de gedaante van katten aannamen geloofde men al in de Middeleeuwen; zie Mnl. Wdb. IV, 1239; Volkskunde, XXII, 36 en vgl de uitdr. daar is een zwarte kat tusschen gekomen, er is iets tusschenbeide gekomen; ergens de zwarte kat gezien hebben, de plaats vermijden, er nooit komen. Zie Ndl. Wdb. VII, 1782. gezien. In Twente: hee hev doar de dûvel zeen gisselen. Ook in onze uitdrukking zal met den hond wel de duivel bedoeld zijn. Zie no. 920.

2021. Met schorpioenen geeselen,

met de gestrengste tuchtmiddelen kastijden; ontleend aan 1 Kon. XII: 11 of 2 Kron. X: 11: ‘Mijn vader heeft u met geeselen gekastijdt; maer ick sal u met scorpioenen kastijden’. De hier bedoelde schorpioenen zijn eene soort van smartelijk wondende geesels, bestaande uit een darmvormig, met zand opgevuld en met scherpe stekels bezet lederen werktuigBijb. Wdb. III, 295 a. De Leidsche bijbelvertaling heeft hier: met geeselstriemen. Vgl. Pass. S. (1489) 145 b: Doe wordt Decius gram ende deden mit scorpioenen slaen, dat sijn geezelen mit loden knopen (Mnl. Wdb. VII, 678).; hd. einen mit Scorpionen züchtigen; eng. to chastise a p. with scorpions.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut