Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geplogenheid - (gewoonte, gebruik)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geplogenheid zn. (BN) ‘gewoonte, gebruik’
Nnl. geplogenheid ‘gebruik, gewoonte, usance’ in Vlaanderen, dat allengskes ... zyne oude gebruiken vermangelt tegen nieuwe en dikwyls averechtsche geplogentheden ‘zijn oude gebruiken inruilt tegen ...’ [1865; WNT vermangelen], het is de geplogenheid in eenige streken van te schominkelen voor iemand die ... ‘het is de gewoonte ... om rumoer te maken ...’ [1873; WNT plegen].
Afleiding met het achtervoegsel → -heid van het verl.deelw. van het oorspronkelijke sterke werkwoord → plegen in de betekenis ‘gewoon zijn (te), regelmatig doen’. Misschien ontleend aan Duits Gepflogenheit ‘gewoonte, gebruik’ [19e eeuw; Pfeifer], dat op dezelfde wijze is gevormd.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geplogenheid [usance] {na 1950} < hoogduits Gepflogenheit, van pflegen, (pflog gepflogen) [bedrijven] (vgl. plegen).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut