Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

genetisch - (betreffende erfelijkheid of ontstaan)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

genetica zn. ‘erfelijkheidsleer’
Nnl. genetica ‘wat betrekking heeft op de erfelijkheids- en afstammingsleer’ [1919; Kramers II], vanaf hetzelfde jaar reeds als titel van een vakblad.
Internationaal wetenschappelijk neologisme, in 1905 geïntroduceerd in de Engelse vorm genetics door de Britse bioloog William Bateson (1861-1926), en gevormd met de gangbare uitgang -ics voor wetenschappen bij de stam van Grieks genetikós ‘betreffende de wording’, afleiding van génesis ‘wording, schepping’, zie → genese. Dit Griekse bn. was eerder al ontleend als Engels genetic, dat door de Britse bioloog Charles Darwin in 1859 als eerste werd gebruikt in de biologische betekenis ‘betreffende oorsprong en ontwikkeling (der soorten)’ in zijn werk On the Origin of Species ‘Over de oorsprong der soorten’, maar eerder al bestond in de algemenere betekenis ‘betreffende de oorsprong (bijv. van literaire thema's)’ [1831; BDE].
genetisch bn. ‘betreffende de erfelijkheid; met het oog op het ontstaan en de ontwikkeling’. Nnl. genetisch ‘waardoor het ontstaan van iets verklaard wordt’ [1824; Weiland], genetische methode ‘onderzoeksmethode die de wording van een zaak verklaart’ [1847; Kramers], genetische verklaring ‘verklaring van de wording van een zaak, niet alleen van haar kenmerken’ [1847; Kramers], ‘wat de erfelijke factoren betreft’, in een genetische samenhang tusschen mensch en dieren [1875; WNT Aanv.], ‘wat de ontwikkeling betreft’ in genetische psychologie ‘ontwikkelingspsychologie’ [1976; WNT Aanv.]. Ontleend aan Duits genetisch ‘betreffende de oorsprong’ [18e eeuw; Kluge], al dan niet met vervanging van het achtervoegsel door het veel voorkomende → -isch, via Frans génétique ‘id.’ [1800; Rey], van Laatlatijn geneticus ‘id.’ < Grieks genetikós.

Thematische woordenboeken

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Genetisch (Gr. γεννητικός (gennêtikós) = geschikt voor het verwekken ; γεννᾶν (gennân) = verwekken). Het ontstaan betreffend ; b.v. genetisch verband.

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

genetische vingerafdruk, voor de definitie zie DNA-vingerafdruk*.

De ‘genetische vingerafdruk’ (tegenwoordig spreekt men meestal van het DNA-profiel) werd in het begin van de jaren tachtig ontwikkeld door de Britse onderzoeker Alec Jeffreys. Met behulp van zijn methode is het mogelijk gebleken onomstotelijk de identiteit, maar ook de afstamming van mensen vast te stellen. (Het Parool, 18/02/89)
Twee bekende Amerikaanse onderzoekers zetten — opnieuw — vraagtekens bij de betrouwbaarheid van het DNA-profiel, beter bekend als de ‘genetische vingerafdruk’. Volgens de twee erfelijkheidsdeskundigen is de kans dat verdachten ten onrechte in de cel belanden veel groter dan wordt beweerd. (Het Parool, 21/12/91)
Bloed zal een belangrijk onderwerp worden tijdens het proces. De officier van justitie zal onder meer trachten te bewijzen dat bloedvlekken in O.J.’s auto overeenkomen met de vlekken op de plek waar Brown Simpson is vermoord. Dit alles via de DNA-methode, de zogenaamde ‘genetische vingerafdrukken’. Zo kan in ieder geval worden vastgesteld dat O.J. op de dag van de moorden in het huis van Brown Simpson was — iets wat hij ontkent. (Nieuwe Revu, 12/10/94)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal