Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

genereus - (edelmoedig, onbaatzuchtig)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

genereus bn. ‘edelmoedig, onbaatzuchtig’
Vnnl. generoos ‘edel, van goede afkomst, welgeboren; dapper of mannelijk’ [1553; van den Werve], genereus ‘edel van inborst’ [1595; WNT toeven], genereux ‘grootmoedig, edelmoedig’ [1650; Hofman]; nnl. genereux “genereus, milddadig, grootmoedig, edelmoedig, edeldenkend” [1824; Weiland].
Ontleend aan Frans généreux ‘vrijgevig’ [1667; Rey], eerder al ‘voornaam; grootmoedig’ [1556; Rey] en ‘in staat tot voortbrengen’ [1370; Rey] < Latijn generōsus ‘edel, voornaam’, gevormd uit genus (genitief generis) ‘geslacht’, zie → kunne en → kind, en de uitgang -ōsus ‘vol van’. Uit de betekenis ‘edel, voornaam’ kon de betekenis ‘edelmoedig, milddadig, vrijgevig’ ontstaan, omdat edelen over middelen beschikten.
generositeit zn. ‘edelmoedigheid, onbaatzuchtigheid’. Vnnl. generositeyt ‘edelheid’ [1553; van den Werve]. Dit is een geïsoleerde attestatie, veel gebruikelijker is vnnl. genereusheit ‘grootmoedigheid, mildheid’ [1629; WNT verschulden], afgeleid van genereus met het achtervoegsel → -heid; verdrongen door genereusiteit ‘mildheid, vrijgevigheid’ [1677; WNT Aanv. genereus]; op zijn beurt verdrongen door nnl. generositeit ‘edelmoedigheid, grootmoedigheid, milddadigheid, onbaatzuchtigheid’ [1847; Kramers]. Ontleend aan Frans générosité ‘vrijgevigheid’ [1677; Rey], eerder al ‘edelmoedigheid’ [1551; Rey] en ‘adellijkheid’ [1509; Rey] < Latijn generōsitās ‘edel geslacht’, later ook ‘edelmoedigheid’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

genereus [edelmoedig] {genereux 1824} < frans généreux [edelmoedig, gul, edel, rijk, moedig] < latijn generosus [edel, voornaam, fier, voortreffelijk], van genus (2e nv. generis) [geslacht] + -osus [vol van].

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

genereus (Frans généreux)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

genereus edelmoedig 1824 [WEI] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut