Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

generaal - (algemeen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

generaal 1 bn. ‘algemeen’
Mnl. generael ‘(in het) algemeen’ [1265-70; CG II, Lut.K], van der concilien generael ‘van het algemeen concilie’ [1276-1300; CG II, Lut.A]; vnnl. generael ‘alles omvattend of hetzelfde over het geheel’ [1553; van den Werve], Staten Generael ‘college van afgevaardigden van alle (zeven) provinciën’ [1576; WNT staat]. Ook al tweede lid in samenstellingen, waarin het de betekenis ‘hoogste, hoofd-’ heeft, zoals procureur-generael ‘hoogste procureur’ [1578; WNT transporteeren], gouverneur-generael ‘hoofd van het bestuur in Nederlands Indië’ [1614; WNT trek], thesaurier-generael ‘hoofdbeheerder van de schatkist’ [1654; WNT Supp. ambiguïteit], en zie → generaal 2.
Ontleend via Frans général ‘algemeen’ [ca. 1121-34; Rey] aan Latijn generālis ‘algemeen’, letterlijk ‘van het geslacht, van de soort’, van genus (genitief generis) ‘geslacht, soort’, zie → kunne en → kind, met het achtervoegsel -ālis ‘behorende tot, betreffende’. Zie ook → generaliseren.
De weinig frequente samenstellingen van het type generaalagent(uur), generaalkapittel, generaalvertegenwoordiger worden wel beschouwd als germanismen; dit neemt niet weg dat de combinatie bn. en zn. in bijv. generaal kapittel ‘vergadering van hoofden van een kloosterorde’, eerder al ‘vergadering van de Staten van Utrecht’ (WNT kapittel) gebruikelijk Nederlands is.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

generaal [algemeen] {generael [algemeen] 1265-1270; als zn. voor een legerrang 1599} < frans général [algemeen] < latijn generalis [van het geslacht, van de soort, algemeen, over het geheel], van genus [afkomst, geslacht], verwant met gignere (verl. deelw. genitum) [voortbrengen] (vgl. genesis); als zn. middelnederlands generael [hoofd van een orde] {1552} < frans général, een verkorting van capitaine général [algemeen hoofd].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

generaal znw. Als militaire titel nnl. uit fr. général, een verkorting van capitaine général, dat in ’t Oudnnl. als kapitein-generaal of generaal kapitein werd overgenomen. Uit ’t bnw. fr. général, lat. generâlis komt ndl. generaal bnw.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

generaal (Frans général)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

generaal hoogste opperofficiersrang 1567 [Junius 500a] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut