Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gemeente - (bestuurlijke eenheid; geloofsgemeenschap)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gemeente zn. ‘bestuurlijke eenheid; geloofsgemeenschap’
Mnl. ghemeente, ghemeinte ‘het gehele volk, de verzamelde burgerij’, in behort der ghemeenten van den lande ‘behoort aan de gemeenschap’ [1260; CG I, 71], ‘parochie’ in ter ghemeenter boef van der kerken van sente saluators in brugghe ‘ten behoeve van de parochie van de kerk van Sint Salvator in Brugge’ [1278; CG I, 392]. Vnnl. ‘geloofsgemeenschap’, in van der Christelicker ghemeente Gods [1557; WNT christelijk], waaruit nnl. ook ‘gelovigen bijeen in een kerkdienst’, in noodigde hij de gemeente andermaal tot het gezang [1840; WNT]. Daarnaast nnl. gemeente ‘zelfstandige bestuurlijke eenheid’ zoals in Departementen, Ringen en Gemeenten, benamingen van de plaatselijke eenheden waarin het grondgebied van de Bataafsche Republiek door de Staatsregeling van 1798 werd ingedeeld [WNT].
Vnnl. wort ... gepoocht de goede Gemeente inne te planten een quade opinie van ... ‘wordt geprobeerd bij het algemene volk een negatief oordeel te doen ontstaan over ...’ [1587; WNT vroedschap], de goegemeent [1628; WNT reupen I].
Daarnaast ook in de minder frequente vorm mnl. gemeende, o.a. ‘gemene gronden, land in gemeenschappelijk bezit’ [1247; Slicher van Bath], die sich gerne sonderen vander gemeinden ‘die zich graag afzonderen van de samenleving’ [eind 14e eeuw; MNW].
Daarnaast ook een onzijdig woord mnl. en vnnl. gemeente ‘het gewone volk’ zoals in tghemeente staet van verre dan ‘het gewone volk kijkt dan van een afstand toe’ [1374; MNW-R].
Ten slotte bestond er een vorm zonder voorvoegsel: mnl. gemene ‘gemeenschap, gezelschap, vergadering, hoop volk’ als zelfstandig gebruik van het bn. gemeen.
Afleiding, met het achtervoegsel → -te, van het bn.gemeen ‘gemeenschappelijk, gezamenlijk’; het betekende dus eerst ‘gezamenlijkheid, gemeenschap’, en daaruit ‘samenleving, burgerij’ en ‘(burgers binnen) een bepaalde bestuurlijke eenheid’; uit de oorspronkelijke betekenis ontstond ook die van ‘gemeenschappelijk bezit’, vooral ‘gemeenschappelijke gronden’; in die betekenis ging het voorvoegsel verloren, zie verder → meent. De vorm met het achtervoegsel -de is ouder, met een andere variant van het achtervoegsel -te.
Ook in de andere Germaanse talen verschijnen vormen met verschillende achtervoegsels: os. gimēntha ‘gemeenschap’ (mnd. gemein(e)te, gemēnte ‘gemeenschappelijk bezit, burgerij’), mnd. gemeine, gemene ‘gemeenschappelijk bezit, vergadering’; ohd. gimeinida ‘gemeenschap’ (nhd. Gemeinde), gimeini ‘aandeel, gemeenschap’ (mhd. gemeine ‘gemeenschap, gemeente, bijeenkomst’); ofri. (zonder voorvoegsel) mēnte ‘gemeente, burgerij’, mēne ‘vergaderde gemeente’; oe. gemæne ‘gemeenschap’; got. gamainþs ‘gemeente’, gamainei ‘gemeenschap; het deelnemen’.
Uit de wereldlijke Middelnederlandse betekenis ‘de verzamelde burgerij’ ontstond in het Nieuwnederlands die van ‘zelfstandige bestuurlijke eenheid voor steden en/of één of meer dorpen’, zoals in de attestatie van 1798. Anderzijds ontstond uit de kerkelijke betekenis ‘parochie’ bij uitbreiding die van ‘geloofsgemeenschap (vooral van niet-katholieken)’ en (vooral NN) ‘de gelovigen bijeen in een kerkdienst’. Ten slotte resteert uit de algemene Middelnederlandse betekenis ‘het gehele volk, het gewone volk’ in de moderne taal alleen nog de vaste verbinding de goede gemeente, waaruit door samentrekking nnl. goegemeente ‘het gewone volk’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gemeente* [alle burgers van stad of dorp, zelfbestuur uitoefenend onderdeel van de staat] {1260 in de betekenis ‘gemeenschap, samenkomst, gemeente, burgerij’} middelnederduits gemente, gemeinte [gemeenschap, gemeente], oudfries mente [gemeente, burgerij]; dit is een jongere vorming naast middelnederlands gemeende, oudhoogduits gimeinida, oudsaksisch gimēntho [gemeenschap]; verder nog middelnederlands gemene [gemeenschap, vergadering, hoop volk], oudhoogduits gimeini [aandeel, gemeenschap], middelnederduits gemeine [gemene, gemeenschappelijk bezit, vergadering], oudfries mene [vergaderde menigte], gotisch gamainei [gemeenschap], naast gamainþs [gemeente].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gemeente znw. v., mnl. ghemeente, ghemeinte ‘gemeenschap, samenkomst, gemeente, burgerij’, mnd. gemēnte, gemeinte, gemeinete ‘gemeenschap, gemeente’, ofri. mēnte ‘gemeente, burgerij’. De vorm met t is jonger vgl. mnl. ghemeende ‘gemeenschap, gemeente’, os. gimēntha, ohd. gimeinida (nhd. gemeinde) ‘gemeenschap’, got. gamainþs ‘gemeente’. — Afl. van gemeen.

Nog een andere vorm is mnl. ghemēne, ghemeine ‘gemeenschap, gezelschap, vergadering, volkshoop’, mnd. gemeine, gemēne ‘gemeenschappelijk bezit, vergadering’, ohd. gimeini ‘aandeel, gemeenschap’ (mhd. gemeine ook ‘gemeente, bijeenkomst’), ofri. mēne ‘vergaderde menigte’, got. gamainei ‘gemeenschap, het deelnemen’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gemeente znw., mnl. ghemeente, ghemeinte v. o. “gemeenschap, samenkomst, gemeente, burgerij”. = mnd. gemênte, gemein(e)te v. o. “gemeenschappelijke bezitting, gemeente”, ofri. mênte v. “gemeente, burgerij”. Jongere vorm (vgl. beroerte, geboorte) naast mnl. (zeldzaam) ghemeende v. “gemeenschap, gemeente” = ohd. gimeinida v. (nhd. gemeinde), os. gimêntha v. (waarnaast gimêntho m.) “gemeenschap”. Een ander oud woord is mnl. ghemêne, ghemeine v. o. “gemeenschap, gezelschap, vergadering, hoop volk” = ohd. gimeinî v. “aandeel, gemeenschap” (mhd. gemeine v. ook “gemeente, bijeenkomst”), mnd. gemeine, gemêne v. o. “gemeenschappelijk bezit, vergadering”, ofri. mêne v. “vergaderde menigte”, got. gamainei v. “gemeenschap, het deelnemen”, waarnaast gamainþs v. “gemeente”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gemeente v., Mnl. ghemeente, ghemeende, Os. gimêntha + Ohd. gimeinida (Mhd. en Nhd. gemeinde), Ofri. ménte, Go. gamainþs = gemeenschap, genootschap.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gemeente s.nw. Selde ook gemeinte.
1. Gesamentlike gelowiges wat onder een kerkraad val. 2. Gesamentlike gelowiges van die alg. Christelike kerk of van 'n bepaalde kerkgenootskap as geheel. 3. Gesamentlike gelowiges wat op 'n bepaalde plek byeenkom om 'n godsdiensoefening by te woon.
Uit Ndl. gemeente (1578 in bet. 1, 1612 in bet. 2, 1857 in bet. 3). In Ndl. word gemeente baie wyer gebruik as in Afr. Dit word eerstens gebruik m.b.t. dit wat persone gemeen het en tweedens m.b.t. die geheel van persone wat met mekaar 'n gemeenskap vorm en wat gemeenskaplike regte of verpligtinge het. In lg. geval geld dit t.o.v. die staat, die staat en kerk as eenheid, of net die kerk as sodanig. In Afr. word gemeente net in 'n kerklike verband gebruik. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1949).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gemeente (vert. van Latijn communio)

K. van Dalen-Oskam & M. Mooijaart (2005), Nieuw bijbels lexicon: woorden en uitdrukkingen uit de bijbel in het Nederlands van nu, uitgebreid met De Nieuwe Bijbelvertaling, Amsterdam

Gemeente, plaatselijke vereniging van gelovigen, dikwijls als onderdeel van een groter kerkelijk verband.

De Statenvertaling vertaalt, met haar voorgangers, Grieks ecclesia met gemeente zowel als kerk. Als aanduiding voor de plaatselijke gemeenschap van gelovigen is de term gemeente door de hervormde en doopsgezinde kerken overgenomen. In een overeenkomstige betekenis vinden we het woord vooral in de handelingen en bij Paulus, bijvoorbeeld in de aanhef van zijn brieven: 'Van Paulus, apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze broeder Sostenes. Aan de gemeente van God in Korinte' (1 Korintiërs 1-2, NBV).De ruimere betekenis 'de gezamenlijke gelovigen', 'alle gelovige joden of christenen', die ook in de bijbelvertalingen gebezigd wordt, is in het algemene Nederlands niet meer gangbaar.

Liesveldtbijbel (1526), Romeinen 16:1. Ick beuele v onse suster Phebe, die welcke in den dienst der gemeynten is tot Kenchiea.
'Luister niet naar de woorden van deze valse profeet. Is hij een volger van de gouden vrouwe, een ware volger? Een broeder? Nee! Hij heeft nooit gezucht onder het juk van de Massussiërs! Zijn huis was altijd warm, zijn maag gevuld! Is hij een broeder zoals jullie en ik?' In de gemeente klonk ontsteld gemompel. (J. Boekestein, Schaduwstrijd. De kronieken van de magiër, 1997, p. 183)
Gemeente en wijkkerkeraad heten ds. N. Paap van harte welkom na zijn studieverlof en vakantie. (Leidschendams Kerkblad, 17-9-1999, p. 5)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gemeente ‘zelfbestuur uitoefenend onderdeel van de staat’ -> Zuid-Afrikaans-Engels gemeente ‘kerkgemeente’ ; Indonesisch † geminte, haminte ‘stad als administratieve eenheid’; Boeginees hamênte ‘zelfbestuur uitoefenend onderdeel van de staat’; Jakartaans-Maleis † haminte ‘bestuur van een stad’; Javaans geménte ‘stad als administratieve eenheid’; Makassaars hamênte ‘gemeente als administratieve eenheid’; Mahican gemēnde ‘kerkgemeente’; Negerhollands gemeente, gemeinten, gemeinte ‘zelfbestuur uitoefenend onderdeel van de staat’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gemeente* zelfbestuur uitoefenend onderdeel van de staat 1798 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut