Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gemakkelijk - (zonder moeite)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gemakkelijk bn. ‘zonder moeite te doen of te behandelen; gerieflijk; handig, nuttig’
Mnl. gemacleke ‘passend, behoorlijk, inschikkelijk’ [1240; Bern.], ‘op zijn gemak, rustig, mak’ in ridende al gemackeleke ‘terwijl hij geheel op zijn gemak reed’ [1300-50; MNW], als een ghemakelijck scaep ‘als een mak schaap’ [1470; MNW]; vnnl. ghemackich, ghemackelijck ‘passend, gerieflijk’ [1599; Kil.], ‘handig, gerieflijk, niet moeilijk’ in met een flijpflap voor 't gat, om gemakkelijker te kakken ‘met een flap voor zijn gat, om handiger te kakken’ [1682; WNT Aanv. flijpflap]; nnl. zeer gemakkelijk te hooren [1717; WNT Aanv. inhalen], ‘handig, nuttig’ in een zeer gemakkelijk onderscheidingsteeken tusschen .... [1897; WNT zacht], ‘op zijn gemak, gerieflijk’ in de drummer leunt gemakkelijk achterover [1934; WNT Aanv. saxophoon].
Afleiding, met het achtervoegsel → -lijk en met epenthetische sjwa, van gemak ‘gerief, rust, kalmte’. Uit eerdere betekenissen als ‘rustig, op zijn gemak, gerieflijk’ zijn de latere betekenissen ‘niet moelijk, zonder moeite uit te voeren’ en ‘nuttig, handig’ voortgekomen; daarbij zijn die oude betekenissen voor het merendeel wel blijven bestaan.
De vorm → makkelijk zonder ge- is een spreektaalvorm uit de Hollandse dialecten, met invloed van Fries maklik, maar is zeker ook beïnvloed door de combinatie makkelijk en moeilijk.

makkelijk bn. ‘eenvoudig, zonder moeite’
Mnl. mackelike (bw.) ‘kalm, rustig’ in si quamen gegaen mackelike ‘ze kwamen langzaam aanlopen’ [1300-50; MNW-R]; vnnl. mackelijck ‘behaaglijk’ in het kussen ..., daer hy mackelijck op sit [1614; WNT], ‘zonder veel moeite of inspanning’ [1619; WNT].
Hollandse nevenvorm van → gemakkelijk, met Noordzee-Germaanse wegval van het voorvoegsel → ge-.
Verder alleen Noord-Fries määkelk, meekelk, meeklik ‘eenvoudig’. Nieuwfries. maklik ‘id.’ is ontleend aan het Nederlands.
De verbreiding van deze vorm in de standaardtaal werd misschien gestimuleerd door de vormovereenkomst met het antoniem moeilijk, dat populair bovendien ook vaak drielettergrepig wordt uitgesproken, als moeielijk.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gemakkelijk* [op zijn gemak gesteld, niet moeilijk] {gemackelijc [kalm, gemakzuchtig] 1201-1250} middelnederduits gemaklik [geschikt], oudhoogduits gimahlih [kalm], oudnoors makligr [behoorlijk, waardig]; makkelijk is vermoedelijk deels een vorm van het noorden, deels ontstaan door de tegenstelling tot moeilijk.

makkelijk* [eenvoudig] {mackelijc [geschikt, eigenaardig], mackelike [rustig, langzaam aan] 1327} naast gemakkelijk, afgeleid van gemak.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

makkelijk

Er is een heel rijtje woorden waarvan naast elkaar voorkomen vormen met en zonder het voorvoegsel ge-. Men zegt: makkelijk en gemakkelijk, broeders en gebroeders, zusters en gezusters, zeggen en (zich laten) gezeggen, heel en geheel, buur en gebuur, lijken en gelijken, lukken en gelukken, tij en getij, touw en getouw (in de uitdrukking iets op touw, dat wil zeggen op het weefgetouw zetten). Evenzo zien we een enkele maal naast elkaar vormen met en zonder be-: hoeven en behoeven, danken en bedanken, horen en behoren. Het is heel waarschijnlijk dat deze voorvoegsels in de gesproken taal verdwenen zijn, omdat ze geen duidelijke betekenis meer hadden. In de voltooide deelwoorden immers zijn ze bewaard gebleven. De eigenlijke betekenis van ge- was: samen, maar daarna kreeg het de functie te laten zien dat de handeling voltooid was. In zinnen als: hij heeft geslagen en: hij is gekomen, vervult ge- dus een taak. Daardoor kon het daar met meer succes weerstand bieden tegen klankverlies en afval.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gemakkelijk bnw., mnl. ghemackelijc, zelden mackelijc ‘kalm, mak, gemakzuchtig, geschikt’, mnd. gemaklik ‘geschikt’, ohd. gimahlih (nhd. gemächlich) ‘kalm, op zijn gemak’, on. makligr ‘behoorlijk, waardig, verplicht’ (oe. gemæclic ‘conjugalis’ naast gemæcca ‘echtgenoot’). — Afl. van gemak.

De vorm makkelijk zal wel te beschouwen zijn als een fries-hollandse vorm, al kan ook de tegenstelling met moeilijk daartoe meegewerkt hebben.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gemakkelijk, makkelijk bnw. Afl. van gemak: de anlaut is deels aan invloed van moeilijk toe te schrijven, deels te verklaren doordat deze vorm een spreektaalvorm uit ’t fri. getinte holl. dialect is. Uit mnl. ghemackelijc, zelden mackelijc “kalm, mak, gemakzuchtig, geschikt” = ohd. gimahlîh (nhd. gemächlich), mnd. gemaklik “geschikt” (ags. gemœclic “conjugalis” sluit zich bij gemœcca m. “echtgenoot” aan), on. makligr “behoorlijk, waardig, verplicht”. — Vgl. nog mak, makker.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

gemekelek (bn.) gemakkelijk; Nuinederlands gemakkelijk <1682>.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gemakkelijk ‘niet moeilijk’ -> Negerhollands gemakkelik ‘niet moeilijk, bekwaam’; Sranantongo kumakriki ‘niet moeilijk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gemakkelijk* op zijn gemak gesteld 1240 [Bern.]

gemakkelijk* niet moeilijk 1866 [WNT]

makkelijk* eenvoudig 1327 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut