Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geldig - (wettig, aannemelijk; van kracht zijnde)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geldig bn. ‘wettig, aannemelijk; van kracht zijnde’
Nnl. zig boven de voor anderen geldige wet te verheffen ‘boven de voor anderen van kracht zijnde wet verheven zijn’ [1801; WNT uitzonderen], dat deze verontschuldiging ... geldig is ‘dat dit excuus telt, dat dit excuus wettig is’ [1809; WNT voor III], Valide, geldig, regtmatig, wettig [1824; Weiland], het tarief van 1822 dat nog voor beide [landen] geldig is ‘... van kracht is’ [1843; WNT verkeer II].
Afleiding met het achtervoegsel → -ig van → gelden in de betekenis ‘van kracht zijn, van waarde zijn’.
In de 16e en 17e eeuw, voor het woord geldig opkwam, werden in de betekenis ‘(rechts)geldig, wettig’ de Franse leenwoorden → valide en valabel gebruikt; het WNT noemt in 1948 beide woorden in die betekenis verouderd.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† geldig bnw. In de tegenw. bet. eerst later-nnl. Opgekomen onder invloed van hd. gültig? Ouder-nnl. geldig (bij geld) betekent ‘vermogend, rijk’.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geldig ‘van kracht zijnde’ ->? Duits dialect † geldich, gellich ‘goed van geld voorzien’; Negerhollands gultig ‘van kracht zijnde’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut