Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geld - (onvruchtbaar (van dieren))

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geld2* [onvruchtbaar (van dieren)] {in Gent geldindas (verschrijving voor geldingas [gecastreerde dieren], 4e nv. mv.) 801-900, middelnederlands gelt, geld [idem]} middelengels gelden (engels to geld), oudnoors gelda [castreren], van oudnoors geldr [onvruchtbaar], middelnederduits gelde, oudhoogduits galt (hoogduits galt gelt), oudengels gielde [onvruchtbaar]. De etymologie is onzeker, mogelijk uit het grondbegrip ‘snijden’, of uit een betekenis ‘zingen van toverliederen, beheksen’ (vgl. nachtegaal) → gelling, geltharing.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

geld 2 bnw. ‘niet drachtig’, mnl. ghelt ‘onvruchtbaar (van dieren)’, mhd. gelde, oe. gielde (ne. dial. yeld, geld), on. geldr ‘geen melk gevend, onvruchtbaar’ < germ. *galðia, waarnaast *galða in ohd. galt.

De verklaring is onzeker. Aantrekkelijk is die van Lessiak, ZfdA 53, 1912, 146, die aan germ. *galan ‘zingen, beheksen’ aanknoopt; vaak wordt de onvruchtbaarheid van het vee aan beheksing toegeschreven. — Maar on. gelda betekent ‘ontmannen’, geldingr ‘gecastreerd dier’ en dan moeten wij dus van de onvruchtbaarheid van het mannelijke dier uitgaan; dan bieden zich andere mogelijkheden ter verklaring. Allereerst kan men verbinden met got. gilþa ‘sikkel’ en dus teruggaan op een idg. wt. *ghel ‘snijden’ (IEW 434), waartoe dan ook de naam der priesters van Kybele Gállos te voegen zou zijn (M. Olsen IF 38, 1918, 168 vlg.). Wij zouden dan moeten uitgaan van ‘uitsnijden der testikels’. Maar H. Schwarz, Fschr. J. Trier 1954, 448-9 wijst er op, dat de castrering oorspronkelijk diende om de groei van de dieren te bevorderen en verg. daarom lat. gliscere ‘vet worden’, waarmee wij in de woordgroep van glad zouden komen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geld II (niet drachtig), mnl. ghelt(d) “onvruchtbaar (van dieren)”. = mhd. (md.) gelde (nhd. gelt), ags. gielde (eng. dial. yeld, geld), on. geldr “geen melk gevend, onvruchtbaar”, germ. *ʒalðia-; daarnaast *ʒalða- in ohd. galt “id.”. Oorsprong onzeker. De ohd. glosse gialta “sterilem” bewijst niets voor den ouderen vorm. Ndl. dial. en oudnnl. gelt(t) is een jongere vorm. Zie nog gelt, gelte.

[Aanvullingen en Verbeteringen] geld II. Kan bij ’t ww. *ʒalanan (zie galm) hooren: bet. “be-zongen” > “behekst”: een zeer verbreid volksgeloof schrijft het geven van geen of van slechte melk door koeien en steriliteit aan beheksing toe. — Voor ags. gielde lees: laat-ags. gelde (wellicht uit ’t Noorsch: NB. meng. g-anlaut).

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

geld II (onvruchtbaar). Laat-ags. is alleen overgeleverd gelde, dat wegens meng. eng. dial. geld wel als ontl. uit het On. is beschouwd (vgl. v.Wijk Aanv.). Met het oog op eng. dial. yeld echter verdient het aanbeveling de ags. vorm als inheems *gielde op te vatten, gelijk in het art. is geschied. Zeer waarschijnlijk is de ook reeds bij v.Wijk Aanv. vermelde etymologie van Lessiak ZsfdA. 53, 146, die het woord bij ohd. enz. galan brengt (zie galm). De bet. was dan ospr. ‘door een toverlied behekst’ (on. gala, ohd. ags. galan betekenen ‘incantare’): onvruchtbaarheid en het geven van slechte melk of weinig melk door koeien werd en wordt aan beheksing toegeschreven. Hiermee vervallen de combinaties van M.Olsen IF. 38, 168 vlg. met (wsch.) phryg. Gálloi ‘gecastreerde dienaren van de Kybele’ en van Endzelin KZ. 52, 121 met lett. sagal̂dêt ‘hard worden’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geld 2 bijv.(niet drachtig), Mnl. ghelt, d.i. gälde + Ohd. galt (Mhd. id. en gelde Nhd. gelte), Ags. gelde (Eng. to geld = lubben), On. geldr (Zw. gall, De. gold): oorspr. onbek. (z. gelt).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geld ‘onvruchtbaar (van dieren)’ -> Fries geld ‘onvruchtbaar (van dieren)’; Duits dialect gelte, gelje, gelde ‘onvruchtbaar (van dieren), geen melk gevend’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geld* onvruchtbaar (van dieren) 1135 [Künzel]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut