Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gekraagde roodstaart - ( vogelsoort)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Gekraagde Roodstaart Phoenicurus phoenicurus (Linnaeus: Motacilla) 1758. Roodstaart ↑ voorzien van een (zwarte) ‘kraag’. De naam komt voor in Albarda 1897 en Schlegel 1852. In Thijsse 1944 en Schlegel 1858 Gekraagd Roodstaartje. Fries Readsturtsje. Ook in veel volksnamen vervalt het ‘Gekraagd’. Houttuyn 1763 ‘vertaalt’ Linnaeus’ 22e ‘Kwikstaart’ Motacilla erithacus met “Roodstaart”. Uit de omschrijving blijkt wel dat Linnaeus ‘iets Roodstaartachtigs’ op het oog gehad zal hebben, maar welke soort precies is niet op te maken. De omschrijving van de 21e ‘Kwikstaart’ is veel kernachtiger en bedoelt duidelijk de onderhavige soort. Houttuyn ‘vertaalt’ deze met “Muur Nagtegaal”, voor welke naam hij naar Brisson verwijst (oude F naam Rossignol de muraille, nog vermeld bij Schlegel 1858 en de volksnaam Muurnachtegaal in Gijzegem (OVl)). Voor de etymologie van kraag zie sub Kraagtrap.

H. Blok en H.J. ter Stege (2008), De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis, 4e editie, Leidschendam

GEKRAAGDE ROODSTAARTPhoenicurus phoenicurus
Duits Gartenrotschwanz
Engels Redstart
Frans Rouge-queue à front blanc
Fries Readsturtsje
Betekenis wetenschappelijke naam: purperstaart. Namen die hoofdzakelijk op de kleur van de staart betrekking hebben zijn Readstirt (Fr), Roodsteert(je) (Gr, Tex), Roodstaart, Roëdstertsje (Lb), Gewoon Roodstaartje, Roodstaart-tuinzanger, Bonte Roodstaart en Rode Reutelstaart (Vla). Behalve door de kleur valt de staart op doordat deze voortdurend trilt. De namen Gekraagd Roodstaartje, Roodkraagje, Roodbaard (Ut), Zomer-Roodbaard (Ut), Zomerroodbrand, Zomerzanger, Zomerroodborst, Roodborsje en Bonte Zanger bevatten telkens uiteenlopende kenmerken van het mannetje: de purperrode staart, de blauwgrijze kraag (eigenlijk de hele bovenpartij), de keel of ‘baard’ die zwart of ‘verbrand’ is, de oranje borst en het zomerseizoen, omdat dan z’n kleuren en zang kunnen worden bewonderd, waarbij de borstkleur en zang veel overeenkomst met die van de Roodborst vertonen. Blauwpaapje (Haa, Ut), Blaupaepke (Fr), Blauwpopje (Wou), Paapje, Blauwannetje (Wou), Blauw-Anneke (Wag), Blaumèèkerke (Wee) en Blauwe Legger (Ut) doelen op de kleur van kop en rug, de eveneens blauwe kleur van de eitjes, de zang die enigszins op die van het Paapje lijkt en die, met z’n uiterlijk, tot een paar koosnamen leidde. Blauwhemeltje (Sco) en Mariavogeltje (Lb) geven de vogel iets mystieks. Ze hangen samen met zijn fraaie uiterlijk en aangenaam klinkende zang. In andere namen is hij net een Nachtegaal en wordt tevens aangeduid dat de soort in muurspleten nestelt: Muurnachtegaal, Blauwe Muurnachtegaal (Wou), Steennachtegaal (NB, Vla) en Muurzanger. Uit de oude Duitse naam Baumnachtgallin is bij ons Boomnachtegaal (Lb) ontstaan. Zijn namen Falske Goudfink (SFr) en False Goudvink (Wou) geven weer dat hij met een Goudvink kan worden vergeleken, zij het dat hij een ‘onzuivere’ is. Pettepikkerke (SFr) is een speelse naam die op de alarmroep van de vogel doelt. Wientepke (MLb), Wientepper(ke) (Lb), Wientupke (Lb) en Wiêntêmper (Wee) kunnen ‘wijntapper(tje)’ betekenen. Ze lijken op namen voor de Tapuit, die knikkende bewegingen maakt alsof hij wijn tapt. Misschien zijn deze namen voor de Gekraagde Roodstaart alleen op grond van overeenkomsten in uiterlijk of geluid overgenomen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut