Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geilen - (in (seksuele) verrukking raken van iets)

Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

geilen op iets, iemand, in verrukking raken van iets of iemand. Informeel; sinds begin jaren zeventig, maar pas in de jaren tachtig frequent geworden.

Ik geil het meest op boys met smalle bekkens. (Arie B. Hiddema: Kassa, 1971)
Daarom zijn lieden die geilen op politieke macht er zo op tegen. (Emma en Lodewijk Brunt: Het goede leven, 1981)
Schone Kunsten. Nu er in dit land net gedaan wordt alsof men Paolo Conte goed vindt en er ongegeneerd op Eros Ramazotti gegeild worden. (Oor, 14/01/88)
Je geilt op het verdriet van dat mens... (A.F.Th. van der Heijden: Onder het plaveisel het moeras, 1996)
Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

875. Heet zijn op iets,

d.w.z. verzot, verslingerd zijn op iets; eig. van verlangen branden naar iets (hd. brennen vor Verlangen; fr. brûler de), eene ziedende begeerte gevoelen naar iets, gebrand zijn op iets (zie no. 615), een brander hebben op iets of iemand (Molema, 55 b). Vgl. hiermede: op iets vlammen, - vlassen, -geilen. Bij Sewel, 324: Heet, happig, gretig; heet op iets zijn, to be eager at a thing; Halma, 210: Heet zijn op 't spel, être âpre au jeu, aimer le jeu avec passion; vgl. op iets gevierd liggen of zijn, begeerig naar iets zijn (De Bo, 371; Waasch Idiot. 795). In Antwerpen kent men ook heet staan op iets; fri. hjit op 't ien of oar wêze; fr. être ardent à; hd. hitzig hinter etw. her sein; eng. to be hot upon a. th.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut