Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geheugen - (herinnering; vermogen om te herinneren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geheugen zn. ‘herinnering; vermogen om te herinneren’
Vnnl. nog als infinitief in ... in 't geheugen voortgaat ‘dootgaat met het zich (te) herinneren’ [ca. 1648; WNT toereiken], in geheugen hebben ‘onthouden’ [1691; Sewel EN]; nnl. 'tGeheugen [1708; Sewel NE], een goed geheugen hebben ‘een goed vermogen om te herinneren’ [1885; WNT vast]. Eerder bestond alleen de afleiding geheugenis.
Zelfstandig gebruik van de infinitief van het eind 19e eeuw verouderde werkwoord geheugen ‘zich iets herinneren’, (vnnl. so lange ons ... geheugen kan [1562; WNT attesteeren]), een afleiding van → heugen ‘in de herinnering zijn’, met het voorvoegsel → ge- in de betekenis met, dat hier aangeeft dat het subject met of bij zichzelf denkt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geheugen* [gedachtenis, herinnering] {ca. 1648} is de zelfst. gebruikte onbepaalde wijs, van middelnederlands gehogen, geheugen [zich herinneren] {1200} (vgl. heugen).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geheugen znw. o. Oorspr. infinitief: vgl. geweten. Zie heugen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geheugen o., zelfst. gebr. infin., Mnl. ghehoghen, Os. gihuggian: z. heugen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geheugen ‘herinnering, herinneringsvermogen’ -> Fries geheugen ‘herinnering, herinneringsvermogen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geheugen* herinnering 1648 [WNT wijds]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

624. Een geheugen (of een memorie) hebben als een garnaal,

d.w.z. een heel klein, een zwak geheugen hebben; de garnaal is hier het zinnebeeld van kleinheid of nietigheid. Bij Sartorius II, 10, 32: hy heeft een garnaets memory; Smetius, 271: hij heeft een memorij als een garnaet; 198: als een pekelharingh. Vgl. hiermede: het zijn vrienden (of maats) als olifantenZie bl. 167 noot 2.. De Vlamingen spreken van ‘een memorie lijk een keunesteert’ (konijnestaart). Zie De Bo, 516 b; Volkskunde X, 22; Waasch Idiot. 362 b en Harrebomée I, 205, die opgeeft: Hij heeft een geheugen als een kanonskogel; Eckart, 169: he hett 'n Granatenverstand; 141: he hett 'n Gedächtniss as 'n Garnet. Vroeger ook: een memorie als een zeef (waar alles doorloopt); zie Erasmus no. XLVI en vgl. fr. une mémoire de lièvre; hd. ein Gedächtniss wie ein Hase oder wie ein Sieb; fri. in geheugen as in gatsjepanne (vergiet).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut