Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gehakt - (fijngehakt of gemalen vlees)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gehakt zn. ‘fijngehakt of gemalen vlees’
Nnl. mijn hond ... is jaarig; ik heb hem ... op wat gehakt getrakteerd [1785; WNT], later ook in samenstellingen als kalfsgehakt [ca. 1860; WNT] en gehaktballetjes [1949; WNT].
Verleden deelwoord van → hakken in de betekenis ‘in kleine stukjes delen’, oorspronkelijk als bn. in gehakt vleesch ‘fijngemaakt vlees’ [1704; WNT vleesch], en vervolgens verkort tot gehakt.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

gehak(t). De verwensing zak (toch) in het gehak(t)!, opgetekend door Sanders in de Volkskrant van 19 januari 1998, betekent ‘rot op’ en drukt verontwaardiging, minachting en woede uit. → zakken.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal