Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gegeven - (bekende grootheid; bekend geval)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gegeven zn. ‘bekende grootheid; bekend geval’
Vnnl. t'gegeven ‘het (bekende) feit’ [1585; Stevin]; nnl. ‘bekende grootheid’ in de gegevens a, b en c moeten in dit geval ... aan de voorwaarden voldoen, ... dat de som van alle drie kleiner dan 360o is [1756; WNT onbestaanbaar], gegeven als vertaling voor Engels datum [1840; Bomhoff EN datum], vaak in het meervoud gegevens ‘feiten, getallen, grootheden, bekende factoren’, in uit de daartoe noodige gegevens ... af te leiden [1837-38; WNT], woordenboekdefinitie voor data: het gegevene, de gegeven inhoud, de stof, de gegevens [1847; Kramers], meerdere en betere gegevens omtrent Java's oeconomischen toestand dan wij thans bezitten [1875; WNT resultante]; ook wel in het enkelvoud gegeven ‘onderwerp, thema; feit’, in waarin het gegeven meer of minder concies is behandeld ‘... beknopt is behandeld’ [1929; WNT Aanv. concies] en in één gegeven dat haar bijzonder interesseerde [1953; WNT Aanv. atoom].
Zelfstandig gebruik van het verleden deelwoord van het werkwoord → geven: vnnl. ghegheven verkeerde bewijsreden ‘de (hiervoor beschreven) bewijsvoering’ [1585; Stevin]. In de wiskunde werd het Latijnse verleden deelwoord datum ‘gegeven’ (zie → data) in vele talen vertaald als term (bn. en/of zn.) voor een bekend gegeven waarmee men een vraagstuk kan oplossen, bijv. ook Frans donnée, Engels given. Bij uitbreiding werd gegevens daarna ook gebruikt voor feiten waaruit men niet-wiskundige conclusies kan trekken.
Lit.: S. Stevin (1585), De Thiende, Antwerpen, 9, resp. Dialektike ofte Bewysconst, Antwerpen, 90

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gegeven* [grootheid, bekend geval] {1872} als wiskundige term afkomstig van Simon Stevin (1548-1620), vertaling van latijn datum.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gegeven znw. o., als wiskundige term waarschijnlijk toe te schrijven aan Simon Stevin († 1630), vgl. Κ. W. de Groot NT 13, 173, en dan vertaling van lat. datum.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gegeven znw. o. Nnl. Naar fr. donnée, lat. datum.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

gegeven. Misschien gevormd door Simon Stevin (1620) als wiskundige term: K.W.de Groot N.T. 13, 173. Is dit juist, dan zal het wel een rechtstreekse vertaling van lat. datum zijn.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gegeven ‘feit’ (bet. van Latijn datum)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gegeven ‘grootheid; bekend geval’ -> Fries gegeven ‘grootheid; bekend geval’.

Dateringen of neologismen

Nicoline van der Sijs (2015-heden), Jaarwoordenzoeker ‘Een woord uit elk jaar 1800-heden’, zie ook bij Onze Taal

krieltje [kleine, nieuwe aardappel] (1874). Krieltje was een van de nieuw beschreven woorden in het in 1874 gepubliceerde Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal van J.H. van Dale (1828-1872) – het woordenboek dat later later de Grote Van Dale genoemd zou worden. Het werd na de dood van Van Dale door zijn assistent Jan Manhave voltooid. Het Nieuw Woordenboek der Nederlandsche Taal was een bewerking van een ouder woordenboek, uit 1864, van de neven I. M. Calisch en N. S. Calisch, en geldt dan ook tegenwoordig formeel als de tweede druk van Van Dale. In dit woordenboek werden vele Nederlandse woorden voor het eerst lexicografisch beschreven, zelfs heel gewone woorden, zoals krieltje. Andere woorden die in 1872 voor het eerst werden opgenomen, waren: bullen (‘spullen’), dwarsbomen, gegeven (‘grootheid, bekend geval’), kantje (‘haringvaatje’), keihard , moeren (‘kapot maken’), muisjes (‘gesuikerde anijszaadjes’), nippertje, snuiter (‘kwant’) en uitentreuren.

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gegeven* grootheid, bekend geval 1872 [GVD]

gegeven* voorzetsel 1884 [WNT zwaar I]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut