Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geestdrift - (bezieling, vervoering)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geestdrift zn. ‘bezieling, vervoering’
Vnnl. het vier der geestdrift in uwe ziel ‘het vuur der vervoering in uw ziel’ [1624; WNT uitvlammen]; nnl. geestdrift ‘vervoering, gemoedsbeweging’ [1808; WNT].
Samenstelling van → geest 1 en → drift.
Geestdrift is wellicht gevormd onder de invloed van het iets oudere woord geestdrijver ‘iemand die door de geest van God wordt gedreven’, maar in gewijzigde opvatting van geest, namelijk als innerlijke drang.
geestdriftig bn. ‘bezield, in vervoering, enthousiast’. Nnl. geestdriftig ‘id.’ [ca. 1840; WNT]. Afleiding met → -ig. Het WNT noemt geestdriftig in 1876 nog een neologisme, dat wrsch. vooral in het Zuid-Nederlands is gevormd naar analogie van Frans enthousiasmé ‘id.’ (wat overigens bepaald niet evident is), maar vindt het verre te verkiezen boven het “stuitende germanisme” begeesterd. ♦ geestdrijver zn. ‘fanaat’. Vnnl. geestdrijveren (mv.) ‘fanaten’ [1595; WNT wederpart], 's geestdrijvers vyer ‘het vuur van de fanaat’ [1626; WNT Supp. aanzienlijkheid]; nnl. geestdrijvers of kwakers ‘fanaten of Quakers’ [1728; WNT Supp. acces]. Samenstelling uit → geest 1 in de betekenis ‘de scheppende, bezielende kracht die van iets of iemand uitgaat’ en → drijven in de betekenis ‘voorstuwen, voortdrijven’.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

geestdrift

Er is in het Nederlands een woord geestdrijver dat oorspronkelijk in gunstige, thans alleen in ongunstige zin wordt gebezigd. Vroeger was een geestdrijver iemand die door de goddelijke geest gedreven werd; nu verstaat men er onder: een dweper, een verblinde. Onder invloed van geestdrijver in de eerste, gunstige betekenis is geestdrift gevormd. Men beschouwt het als de vertaling van het Franse woord enthousiasme dat letterlijk betekent: het zijn in God, dus: vervuld van de geest Gods, maar dat nu evenals geestdrift gebruikt wordt voor: krachtige gemoedsbeweging die ontstaat uit liefde voor het schone en edele en opwekt tot daden van moed en toewijding. Het woord dat er in betekenis het dichtst bijkomt, is vervoering. Meer algemeen betekenen zowel enthousiasme als geestdrift: blijde opwinding, bijvoorbeeld gezegd van het publiek bij een voetbalwedstrijd.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geestdrift v., gevormd onder den invloed van geestdrijver (iemand dien de geest Gods drijft), maar met geest = innerlijke drang.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut