Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

-geen - (het genoemde producerend)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

-geen achterv. ‘het genoemde producerend’
Internationaal wetenschappelijk achtervoegsel (zo ook bijv. Frans -gène, Engels -gen, Duits -gen, Neolatijn -genium (zn.)), productief geworden na de introductie ervan door de Franse scheikundige Antoine Laurent de Lavoisier (1743-1794), die op basis van de stam van Grieks gennãn ‘scheppen, verwekken’ in resp. 1783 en 1789 de elementnamen (Frans) hydrogèn ‘waterstof’ en oxygèn ‘zuurstof’ introduceerde. Dit is de functie die -geen heeft in chemische, biologische, geologische en andere vaktermen als → halogeen (zn.), letterlijk ‘zoutverwekker’, antigeen ‘stof die antilichamen doet ontstaan’, allergeen ‘stof die allergie teweegbrengt’, carcinogeen (bn. en zn.) ‘kankerverwekkend(e stof)’, endogeen en exogeen (bn., oorspr. in de botanie) ‘van binnenuit resp. van buitenuit groeiend’, erogeen (bn.) ‘geslachtsdrift veroorzakend, gevoelig voor erotische prikkels’.
In zijn geheel op het Grieks gebaseerd is alleen → homogeen, naar Grieks homogenḗs ‘van dezelfde soort’, naar analogie waarvan heterogeen is gevormd. Het Griekse woord is gevormd met génos ‘familie, geslacht, soort, generatie’.
Beide Griekse woorden, gennãn ‘scheppen’ en génos ‘familie’ horen bij dezelfde woordstam en zijn daardoor verwant met → kunne en → kind. Zie ook → genealogie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

-geen [achtervoegsel met de betekenis ‘voortbrengend’ en ‘voortgebracht’] {in bv. heterogeen 1788} in de betekenis ‘voortbrengend’ gevormd door de Franse chemicus Antoine-Laurent de Lavoisier (1743-1794), < frans -gène < grieks -genès [geboren uit, geproduceerd door], van genos [oorsprong, afstamming, soort], van gennaō [verwekken, maken, scheppen], verwant met gignesthai [geboren worden]; de betekenis ‘voortgebracht’ is rechtstreeks ontleend aan het gr.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

-geen (Grieks -genès)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

-geen (Gr. werkwoordstam γεν (gen) = 1. ontstaan; 2. doen ontstaan). Tweede lid in samenstellingen met de betekenis: 1. tot het ontstaan komend, wordend; b.v. → autogeen; 2. -vormend, -vormer; b.v. → halogeen.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut