Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geelzucht - (ziekte van gal, lever of bloed)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

geelzucht zn. ‘ziekte van gal, lever of bloed’
Mnl. Demosthenes antwordde ... Ic bem siec vander gheilsucht ‘Demosthenes antwoordde: ik ben ziek van de geelzucht’ [1300-25; MNW-R], geelsocht, geelsucht ‘id.’ [1351; MNW-P].
Samenstelling van het bn.geel, vanwege de gele kleur van de huid die als symptoom van de ziekte optreedt, en het zn.zucht ‘ziekte’.
Os. gelasuht, ohd. gelosuht, gelewasuht (nhd. Gelbsucht); nfri. gielsucht; nzw. gulsot.
In het mnl. en vnnl. werd geelzucht. ook wel geluw, geel of gele zucht genoemd en later in de volkstaal door volksetymologie ook wel galziekte; het feit dat geel en → gal etymologisch verwant zijn, speelt bij dat laatste geen rol.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geelzucht* [ziekte] {geelsucht 1350} van geel1 + zucht2.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geelzucht znw. Reeds mnl. en mhd.; ook al os. gëlasuht v.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

geelsug s.nw.
Virussiekte gekenmerk deur 'n groot hoeveelheid galkleurstowwe in die bloed.
Uit Ndl. geelzucht (Mnl. geelsucht), 'n samestelling van geel 'geel' en zucht 'siekte', so genoem omdat die oormaat galkleurstowwe die liggaamsweefsels onnatuurlik geel kleur. Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
D. Gelbsucht.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

geelzucht ‘ziekte’ -> Negerhollands gilsē ‘ziekte’; Papiaments degel, dehel ‘ziekte’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geelzucht* ziekte 1350 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut