Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geëigend - (geschikt)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

geëigend* [geschikt] {geëigent [verplicht, genoodzaakt] 1265-1270} van middelnederlands e(i)genen [voor een bepaalde dienst aanwijzen, afzonderen], van eigen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

geëigend (Duits geeignet)

S. Theissen (1978), Germanismen in het Nederlands, Hasselt

eigenen (zich – tot), geëigend

Beide woorden worden algemeen afgekeurd als germanismen (D. ‘sich eignen zu, geeignet’) voor resp. ‘geschikt zijn voor’ en ‘geschikt voor’. Nochtans zei Koenen in de jaren ’50 uitdrukkelijk dat zich eigenen tot geen germanisme was. Het werkwoord heeft in de laatste 20 jaar echter terrein verloren: de meeste woordenboeken vermelden het nu zelfs niet meer. Geëigend daarentegen wordt vaker gebruikt: slechts Van Gelderen en Weijnen hebben het niet opgenomen. De enige die er geen bezwaar tegen maakt, is Jansonius.

Noch zich eigenen tot, noch geëigend mogen dus als ingeburgerd worden beschouwd.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

geëigend geschikt 1855 [WNT zusterschap] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut