Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geef - (het geven)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

geef in te geef, mnl. te ghēve. Zie gave.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

geef , in te geef, Onfra. geva, Os. geƀa + Ohd. geba (Mhd. gebe), Ags. giefu. Ofri. jeve, On. gjǫf, Go. giba = gaaf, afgel. van den praesensstam van geven.

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

618. Te geef.

Voorkomende in de uitdrukking te geef zijn, niets kosten (vgl. eng. at a gift), iets te geef hebben, er niets voor hoeven te betalen, en iets niet te geef hebben, het niet voor niet hebben, er veel voor moeten betalen, beteekent eigenlijk tot gunst, ten einde zijne gunst te bewijzen, en, bij uitbreiding: zonder loon of vergoeding te verlangen, om niet, gratis (bij Spieghel, 62: ter schenk), en beantwooordt volkomen aan het angs. tô gife, dat ook die laatste beteekenis had. In onze taal komt te geve in de Middeleeuwen voor in de Inform. 52: Lant dat men niet en zoude willen hebben te geve. Zie het Ndl. Wdb. IV, 661; Mnl. Wdb. II, 1788; vgl. het dial. vergeefs, gratis, en het fr. c'est une donnée; c'est donné.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut