Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gebuurte - (wijk; omgeving)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

buurt zn. ‘wijk; omgeving’
Mnl. gebuerde ‘streek’ [1240; Bern.], ghebuerte ‘de omstreken’ [1290; CG I, 1480], buyrte, buurt ‘wijk’ [15e eeuw; MNW].
Gebuurte is gevormd met → ge-te (dat collectieve begrippen aanduidt, bijv. in → gebeente) uit buur ‘woning’ < pgm. būra-, zie → buur. De oorspr. betekenis is dus ‘groep huizen, woningen’. Buurt is hier wrsch. weer een verkorting van, analoog aan buur uit gebuur.
Het oudere woord gebuurte bestaat nog in het BN, en kan ook ‘de buren’ [1662; WNT] betekenen, door herinterpretatie als collectief bij (ge)buur.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal