Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gebint - (samenstel van balken)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gebint*, gebinte [samenstel van balken] {1252 in de betekenis ‘bundel, verband, dwarsbalk, balkwerk’} middelnederduits gebinde [balkwerk], middelhoogduits gebinde [band], collectief van bint2, gevormd met ge- + -te.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gebint znw. o., een jongere vorm van mnl. ghebinde ‘bundel, verband; dwarsbalk; balkwerk’, mnd. gebinde ‘balkwerk’, mhd. gebinde ‘band’ is een collectief bij bint.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

bint znw. o., eerst nnl. Een oorspr. in holl.-fri. streken thuishoorende vorm naast mnl. ghebint(d) o. “dwarsbalk, balkwerk”, ook “bundel”. In deze laatste bet. komt — zelden — ook mnl. bint voor. Ghebint is een jongere vorm voor ghebinde o., dat wsch. nog mnl. bestaan heeft. Dit = mhd. gebinde o. “band” (gebint “verbinding”), mnd. gebinde o. “balkwerk” (bint o. = bindsel, van garen; vak”). Van den stam van binden gevormd. Voor den anlaut zonder ge- vgl. beurt.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gebint ‘samenstel van balken’ -> Duits dialect Gebint ‘samenstel van balken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gebint* samenstel van balken 1252 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut