Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gebeurtenis - (voorval)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gebeuren ww. ‘geschieden, plaatshebben’
Onl. geburran ‘gebeuren’ [10e eeuw; W.Ps.], wanan sich thaz leyth geburede ‘waarom het leed geschiedde’ [ca. 1100; Will.]; mnl. al dat goet ... dat mi gheboren mochte van der doet miens heren willems van euerghem ‘al het goed dat mij zou kunnen toevallen door de dood van mijn heer Willem van Evergem’ [1272; GC I, 244], elc die at dat hem gheboren mochte ‘ieder at wat hem ten deel zou kunnen vallen’ [1450-1500; MNW], alst mocht gheboren ‘als het zou geschieden’ [1460-80; MNW-R], doe en mocht den schalc gheboeren niet dan rouwe, pijn ende al verdriet ‘toen kon de knecht niets anders overkomen dan leed, pijn en alleen maar verdriet’ [ca. 1480; MNW], dat en sal nemmermeer gheburen ‘dat zal nooit gebeuren’ [1486; MNW].
Afleiding van het werkwoord → beuren ‘opheffen’, dat in het Middelnederlands ook betekende ‘ten deel vallen, gebeuren, toekomen, etc.’, met het voorvoegsel → ge- in de betekenis ‘mede’, die betrekking tot een persoon uitdrukt.
Os. giburian ‘plaatshebben’, ohd. geburien, geburen ‘geschieden, ten deel vallen’ (mhd. gebürn, geschieden, ten deel vallen; nhd. gebühren ‘toekomen’, sich gebühren ‘betamen’); oe. (ge)bȳrian, ‘geschieden’; daarnaast ook got. gabaurjaba ‘gaarne’; < pgm. *gi-burjan-.
gebeuren zn. ‘het gebeuren, gebeurtenis’. Nnl. goede en heerlijk-blije gebeurens ‘goede en verheugende gebeurtenissen’ [ca. 1912; WNT Aanv.], dit gebeuren liet een onuitwisbare indruk bij hem achter ‘deze gebeurtenis, dit voorval ...’ [1976; van Dale]. Zelfstandig gebruik van het werkwoord gebeuren. ♦ gebeurtenis zn. ‘voorval; belangrijk feit’. Nnl. deeze vyf ... gebeurtnissen, die by elken Gety voorvallen en plaats hebben [1786; WNT vloedstroom], eene aaneenschakeling van gebeurtenissen [1796; WNT]. Afleiding van het verl.deelw. gebeurd met het achtervoegsel → -nis.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

† gebeurtenis znw., niet bij Kil., sluit zich formeel aan bij het verl. deelw. gebeurd, doch is wellicht rechtstreeks bij gebeuren gevormd naar het voorbeeld van andere woorden op -tenis als bekentenis (zie bekentenis Suppl.).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gebeurtenis ‘voorval’ -> Fries gebeurtneis ‘voorval’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gebeurtenis* voorval 1793-1796 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut