Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gebelgd - (verstoord, gekwetst, boos)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gebelgd bn. ‘verstoord, gekwetst, boos’
Vnnl. zich gebelghd houden ‘boos worden’ [1677; WNT revideeren]; nnl. gebelgd ‘verstoord, boos’ [1731; WNT].
Afleiding van het werkwoord → belgen ‘(zich) kwaad maken’. Oorspronkelijk was de vervoeging van het werkwoord belgen sterk: balch - bolgen - *gebolgen, wat nog blijkt uit het bn.verbolgen. In het mnl. is het werkwoord geleidelijk met zijn zwakke causatief belgen in betekenis samengevallen en werd het zwak: verl.deelw. gebelgd. Zie ook → balg.

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

gebelgd

Gebelgd, dat wil zeggen: boos, geërgerd, is eigenlijk het voltooide deelwoord van het werkwoord belgen, dat vroeger sterk was, zoals nog blijkt uit de vorm (ver)bolgen, maar dat later zwak geworden is. Het werkwoord is afgeleid van het zelfstandig naamwoord balg, dat nu nog over is in het woord blaasbalg. Een balg is een zak, een omhulsel en vandaar ook een buik, een lijf. Het woord is verwant met bal. Het Engels heeft belly. De eigenlijke betekenis van belgen is: opzwellen. In die zin gebruikte Vondel het, zeggend dat de walvis ‘zonder zich te belgen Jonas levend kon verdouwen’. Uit de betekenis: opzwellen is die van: zich boos maken afgeleid. Beide begrippen zijn verwant. Men zegt immers tot iemand die zich opwindt: maak je niet dik!

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gebelg b.nw. (enigsins deftig)
Verontwaardig, kwaad.
Uit Ndl. gebelgd. Die Ndl. b.nw. gebelgd oorspr. die verlede dw. van die ww. belgen (al Mnl.) 'kwaad maak'. Dit kom van 'n Germ. basis met die bet. 'swel', met gebelg wat dus lett. 'opgeswel, opgeblaas (van woede)' beteken. Met belgen hou ook verband die tweede lid van Ndl. blaasbalg, lett. 'sak wat opgeblaas word'.
Vgl. Eng. belly 'buik', Goties balgs 'sak'.
Vgl. blaasbalk.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut