Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

geallieerd - (door bondgenootschap verbonden)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

alliantie zn. ‘bondgenootschap’
Mnl. alliancie ‘medestander’ [1451; MNHWS], allianciën (mv.) ‘verbonden’ [1470; MNW stevenisse]; vnnl. alliancie ‘verbond’ [1524; WNT], aellyancie [1525; WNT].
Ontleend aan Oudfrans alliance ‘verbond’ [12e eeuw] bij het werkwoord aleier, aloyer (Nieuwfrans allier) ‘verbinden, vermengen’ < Latijn alligāre ‘vastbinden’, gevormd uit → ad- en ligāre ‘binden’ (zoals ook bijv. in → obligatie, → allooi), verwant met → lijk 2 ‘zoom van zeil’.
geallieerde zn. ‘bondgenoot’. Vnnl. [1581; WNT voordeel I]. Verzelfstandigd deelwoord bij het verouderde werkwoord alliëren ‘een bondgenootschap aangaan’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal