Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gauge - (standaardmaat van weefsel)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gauge [standaardmaat van weefsel] {na 1950} < engels gauge < noordelijk oudfrans gauge, naast normaal oudfrans, frans jauge [maatstok, pijlstok, maat], uit het germ., vgl. galg.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

gauge s.nw. (tekstielkunde)
Mate van fynheid van 'n geweefde of gebreide stof, veral van dameskouse.
Uit Eng. gauge (1357).
Eng. gauge uit Fr. gauge 'maatstok, pylstok, maat'.
Ndl. gauge (1955).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut