Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gaucho - (gekleurde koeherder)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gaucho [gekleurde koeherder] {1847} < spaans gaucho < creools gaucho (uit het Río de la Platagebied), mogelijk < quechua wahcha [arm, behoeftig, wees].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

gaucho s.nw.
Beeswagter van die S.Amer. pampas.
Uit Amer.Eng. gaucho (1824).
Amer.Eng. gaucho uit Amer.Sp. gaucho, met lg. uit 'n inheemse S.Amer. taal, wsk. Quechua, wáhcha 'arm persoon, swerwer'.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gaucho (Spaans gaucho)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gaucho gekleurde koeherder 1847 [KKU] <Spaans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut