Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gasser - (varken, spek)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gasser [varken, spek] {na 1950} < jiddisch chazzer < hebreeuws ḥazīr [varken, varkensvlees, spek].

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

gasser, gazzer, gazzeroor, gazzerte: 1) (Bargoens) onzindelijk persoon; slecht mens; knoeier. Bij Henke betekent het ‘zwerver’. Afgeleid van het Jiddische chazzer (varken; varkensspek; spek). Gazzeroor betekent letterlijk ‘varkenshaar’. Chazzeren betekent ‘morsen, een smeerboel maken’.

… gassers, miesgassers, patsers en gannefs. (Justus van Maurik, Toen ik nog jong was, 1901)
Hardstikke dood schiet ik ze, de gazzers. (A.M. de Jong, Frank van Wezels roemruchte jaren, 1928)
‘Mijn vader was een gazzeroor!’ riep ze, ineens nijdig. ‘Een gore viezerik!’ (H.P. de Boer, Heks, ik hou van jou, 1996)

2) (Bargoens) weinig intelligent persoon; domoor.

Gasseroor, (barg.) domoor in ’t werk, lett. varkenshaar. (Taco De Beer & Dr. E. Laurillard, Woordenschat, 1899)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gasser (Jiddisch chazzer)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut