Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

garf - ((koren)schoof)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

garf zn. ‘(koren)schoof’
Onl. (mv.) garauon, garouon ‘bundels, schoven’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. scove ende garven ‘schoven en garven’ [1300-50; MNW-R].
De herkomst is niet duidelijk. Garf betekent letterlijk ‘het (samen)gegrepene’; het kan eigenlijk geen afleiding zijn van de stam van → graven, maar hoort eerder bij de stam van → grijpen. Kluge22 ziet verband met Latijn herba ‘gras, plant’, zie → herbarium, maar de herkomst daarvan is ook onbekend.
Os. garba (mnd. garve), ohd. garba (nhd. Garbe); < pgm. *garbōn ‘garf’.
De eigenlijke betekenis is ‘de hoeveelheid gemaaide halmen die men in een arm kan vatten’. De verspreiding van het woord heeft zich beperkt tot het Duits en het Nederlands; in Nederland komt garf ‘schoof’ voor van het oosten van het land tot in Utrecht. Een tweede, afgeleide, betekenis van garf, ‘pachtgeld’, en alle samenstellingen zijn verouderd of komen alleen nog gewestelijk voor.
Uit West-Germaanse talen zijn ontleend middeleeuws Latijn garba ‘garf’, Provençaals garba ‘id.’ en ook Oudfrans garbe ‘id.’ [ca. 1170; Rey] (Nieuwfrans gerbe ‘garf, bundel, bos bloemen’).
Lit.: J. Daan (1952), ‘Schoof en garf’, in: Taal en tongval 4 (1952), 164-170

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

garf*, garve [schoof] {garve 1477} met metathesis van r van middelnederlands grabben, grobben [grijpen], vgl. het intensivum grabbelen, dus eigenlijk ‘het samengegrepene’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

garf znw. v., mnl. garve, os. ohd. garba betekent eigenlijk ‘datgene wat bijeengegrepen is’ (zie: grabbelen). — Idg. wt. *gh(e)rebh, vgl. oi. grabh-, grah- ‘aangrijpen, verkrijgen, gevangennemen’, grapsa ‘bundel, bosje’, lit. grḗbiu, grḗbti ‘harken, grijpen, roven’, lett. grebju, grebt ‘grijpen’, russ. grebú, grestí ‘harken, roeien’ (IEW 455).

Garf als naam van de ‘schoof’ komt voor in het Oosten van ons land en reikt tot in Utrecht; zie de kaart van J. Daan, Taalatlas afl. 7, 6.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

garf znw., mnl. garve v. = ohd. garba (nhd. garbe), os. garƀa v. “garf”. Oorspr. bet. “het samengegrepene”; verwant met obg. grabiti “grijpen, rooven”, lit. grė́biu, grėbti “harken, grijpen”, oi. gṛbhnā́ti “hij grijpt”: wortel gherē̆bh-. Uit ’t Germ. ofr. garbe, fr. gerbe, prov. garba “garf”. Vgl. grabbelen en graven.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

garf v., Mnl. garve, Os. garƀa + Ohd. garba (Mhd. en Nhd. garbe), van denz. wortel als grabbelen, verwant met grijpen, dus = greep; uit het Germ. komt het Ofra. garbe (thans gerbe), van waar Eng. garb.

gerf , bijvorm van garf.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

gerf: “bondel graanhalms”; Ndl. garf/garve; gerf/gerve (Mnl. garve – Ndl. vorme m. a veral oostelike dial.), Hd. garbe, verb. m. grabbel, greep, gryp en bet. blb. vroeër “handvol”, d.w.s. wat mens met ’n handgreep kon saamvat.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Garf, van den Skr. wt. grebh = vatten, grijpen (vgl. ons grijpen en grabbelen); garf w.d.z.: zooveel als men met één hand kan grijpen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

garf, garve ‘schoof’ -> Frans gerbe ‘schoof’ Frankisch; Baskisch garba ‘schoof’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

garf, garve* schoof 1170 [Rey]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut