Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gamma - (uiteenlopend geheel, scala)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gamma zn. ‘uiteenlopend geheel, scala’
Nnl. gamma ‘toonladder’ [1739; WNT Aanv.], ‘toonladder, scala; graadverdeling’ [1847; Kramers], ‘opeenvolgende reeks van zaken’ in gamma van kleuren [1892; WNT Aanv.], de gamma van indrukken en sensaties [1922; WNT Aanv.].
Ontleend aan middeleeuws Latijn gamma ‘toonladder’, uit Grieks gámma ‘derde letter van het alfabet’. De Griekse letternaam heeft een Semitische oorsprong, vergelijk Hebreeuws gīmel ‘derde letter van het Hebreeuwse alfabet’ en gaat terug op een woord voor → kameel.
Gamma ‘toonladder’ was in het middeleeuws Latijn oorspr. de naam voor de laagste noot in het middeleeuwse muzieknotatiesysteem dat de Italiaanse benedictijner monnik Guido van Arezzo (ca. 990-1050) introduceerde en waarvan de daaropvolgende 20 noten werden aangeduid met A B C D E F G a b h c d e f gg aa bb hh cc dd. De G en de g kwamen daarin dus al voor en de dubbele letters stonden voor hogere noten, vandaar de keus voor de Griekse letter. Latere ging het woord gamma over op de gehele reeks tonen. Guido van Arezzo was ook de grondlegger van de doremi-nootnamen (zie → do). De eerste noot van het doremi heette bij hem nog ut. De combinatie van gamma en ut is nog te herkennen in het huidige Engelse woord gamut ‘gamma, scala’.

gamma- voorv. ‘de derde’ of ‘derde soort’; (NN) ‘betrekking hebbend op vakken die buiten de indeling in alfa en bèta vallen’
Nnl. in de samenstellingen gammastralen “Röntgenstralen” [1912; Kramers], later gammastralen ‘emissie door radioactief materiaal’ in de gammastralen van radium [1930; Groene Amsterdammer]; gammawetenschappen “benaming voor vakken die buiten de indeling in alfa en bèta vallen, zoals sociologie en sociale psychologie” [1970; van Dale].
Gamma, de derde letter van het Griekse alfabet, kwam als voorvoegsel in gebruik naar analogie van de voorvoegsels → alfa- en → bèta-. De voornaamste combinatie van gamma- is gammastraling, als derde in de reeks van drie soorten radioactieve straling.
In Nederland bestaat de gewoonte om bepaalde categorieën schoolvakken en universitaire studierichtingen aan te duiden met alfa- en bètavakken, met vele andere samenstellingen vandien (-wetenschap, -faculteit, -student, -leerling etc.). Naar analogie hiervan en vanwege de behoefte om ook de niet binnen deze groepen vallende vakken te kunnen categoriseren, is het gebruik van gamma- in gammawetenschappen, gammavakken etc. ontstaan voor de zogenaamde ‘mens- en maatschappijwetenschappen’. Op middelbare scholen vallen hier bijv. de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, maatschappijleer en economie onder.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gamma [Griekse letter] {1847} < grieks gamma < fenicisch-hebreeuws gaml, gīmel [eig.: werpstok of kameel?].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gamma s.nw.
Derde letter van die Griekse alfabet.
Uit Ndl. gamma (1847) of Eng. gamma (1400).
Ndl. gamma en Eng. gamma uit Grieks *gamma. Grieks *gamma kom ook voor in D. Gamma en Fr. gamma.

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

ghamma I: (dial. v.) “gus, kween; hermafrodiet” (by diere); WAT (s.v. ghamma1) lei af v. Hott. !gama, “hermafrodiet” (beter Na. !gama-s, vr., want dié ben. word gew. op ’n vr. dier of mens toeg.).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gamma (Grieks gamma)

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Gamma (= Gr. γάμμα (gámma) = naam van de derde letter γ (= g) van het Griekse alphabet). 1. Eerste lid in samenstellingen ter onderscheiding; b.v. gamma- of γ-stralen, ter onderscheiding van alpha- (α-) of bèta- (β-)stralen. 2. Subst. gamma = gewichtseenheid (= 1/1000 gram); of 3. = toonladder; in deze laatste betekenis is de term afkomstig van Guidο van Αrezzο (11e eeuw) die de eerste noot van de toonladder met de letter γ aanduidde.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gamma Griekse letter 1581 [Aanv WNT] <Grieks

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal