Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

galerij - (zuilengang die aan één kant open is; tribune in openbaar gebouw)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

galerij zn. ‘zuilengang die aan één kant open is; tribune in openbaar gebouw’
Mnl. omme ene nieuwe camere te makene ende ene galerie der onder ‘om een nieuwe kamer te maken en een open gang eronder’ [1432-68; MNW verberderen]; vnnl. (mv.) gaelerijen ‘zuilengangen, overdekte langgerekte bouwsels’ [1538; Claes 1994a], gallerie ‘zuilengang’ [1574; Kil.], galery [1642; WNT] (daarvoor ook geschreven als gaaldery, gelery, gellery en gallery). Met de mnl. en vnnl. vormen kon men zowel een zuilengang buiten een gebouw als binnen een gebouw (kerk, schouwburg) aanduiden.
Ontleend aan Frans galerie ‘lange, overdekte gang’ [1331; Rey], eerder ‘voorportaal van een kerk’ [1316; Rey] < middeleeuws Latijn galeria ‘overdekte voorbouw’ [9e eeuw; Rey]. Dit woord galeria is waarschijnlijk door dissimilatie ontstaan uit middeleeuws Latijn galilaea ‘voorportaal van een kerk, bestemd voor de leken’ (ook Italiaans galilea en Oudfrans galilée ‘kerkportaal’). Middeleeuws Latijn galilaea is hoogstwaarschijnlijk genoemd naar de bijbelse landstreek Galilaea, het noordelijkste en verst van Jeruzalem gelegen deel van Palestina; de inwoners van Judea, het zuidelijke deel, zagen op de Galileeërs neer. Zie ook → gaanderij, → galerie.
In het Middelnederlands bestond een synoniem voor galerie/gelery, te weten galeie [1407-32; MNW] dat ook voorkomt als galye, galeyde, galayde. Dit woord moet een verkorting door haplologie zijn van galilaea. De galilaea kwam als bouwkundige benaming op bij de kerken van de congregatie van Cluny in Bourgondië. De streek Galilea stond in de bijbel als heidens bekend (Jesaja 8:23, 9:1 en Mattheus 4:15 ), en in Handelingen 1:11 worden de apostelen, die op dat moment de Heilige Geest nog niet ontvangen hebben, aangesproken als ‘mannen van Galilea’. Zo werd Galilea in Rome de benaming van de plaats waar de ongedoopten zich tijdens de kerkdienst ophielden. De Cluniacenzers gaven de naam aan de voorhal van de kerk waarin zich de leken bevonden, terwijl de koorruimte uitsluitend voor de monniken toegankelijk was. Na het Middelnederlands verdween galeye, misschien omdat het een homoniem was van galeye in de betekenis → galei. In de twintigste eeuw is galilaea opnieuw in het Nederlands gekomen als de bouwkundige term galilea ‘westelijk voorgebouw, vooral aan grote kloosterkerken’.
Guiraud wijst erop dat er ondanks de associatie die door de overkapping wordt opgeroepen, geen verband kan bestaan met Latijn galērus (ook galērum) ‘muts’, bij galea ‘leren kap, leren helm’ < Grieks galéē ‘bontmuts, kap’, van onduidelijke herkomst; galeria gaat volgens hem net als vele andere woorden die met gal- beginnen, zoals → galant, terug op de Germaanse wortel *wall- ‘rollen, vooruitlopen, borrelen’, zie → walm, → wellen 1.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

galerij [zuilengang] {gaelerij 1538} < frans galerie, oudfrans galilée [voorportaal] < italiaans galleria [zuilengang] < middeleeuws latijn galeria [voorportaal van de kerk], mogelijk genoemd naar het bijbelse Galilea, waar mensen woonden die het niet nauw namen met de godsdienst (Mattheus 4:15) (vgl. galilea). Een oudere ontlening dan galerie.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

galerij znw. v., sedert Kiliaen < fra. galérie < it. galleria. Daar dit woord sedert de 10de eeuw in Rome de voorhal van de kerk betekent, af te leiden uit de bijbelse naam Galilea. Te vergelijken is fra. parvis ‘plaats voor de hoofddeur van de kerk’ < vulglat. *paravīsus < lat. paradīsus, vgl. mnl. paradijs.

Uit de bijvorm galderij kan overgenomen zijn dial. russ. galderéja, galdaréja, vgl. R. v. d. Meulen, Verh. AW Amsterdam 66, 2 (1959), 28.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

galerij znw., sedert Kil. Evenals nhd. galerie v., eng. gallery uit fr. galérie = it. galleria, dat wsch. van gr. kālon “hout” gevormd is (vgl. galei). ’t Mnl. kent gaelderîe en een opvallend galeye, gallye v. Zie gaanderij.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

galerij. De oorsprong van it. galleria is onzeker.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gaanderij v., door volksetymologie vervormd, uit Fr. galerie, van Mlat. galeriam (-a): oorspr. onbek.; vergel. echter Sp. galeria = reiswagen. Ofra. galilée = kerkportaal en galère = lang schip met lange bedekte gang, galei (z.d.w.).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

galerij’ (de, -en), (ook:) veranda. Ze lopen het achtererf* op. () Soekhia is terug. Ze doet de deur en de ramen van de galerij wagenwijd open en gaat liggen op de papaje*, die zij in de deuropening heeft uitgespreid (Vianen 1969: 51). - Etym.: AN g. = AN gaanderij: zie SN gaanderij*. E gallery = AN galerij; echter Am. gallery = veranda.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

galerij (Frans galerie)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Gaanderij, galerij, vroeger ook gaalderij. Dit woord is uit fra. galerie overgenomen als galerij en daarna vervormd; bij den vorm gaanderij is waarschijnlijk de volksetymologie aan ’t werk geweest, hoewel een nieuw gevormd woord van gaan naar analogie van eterij, gieterij, smederij niet ondenkbaar zou zijn. Het woord zou volgens Dietz, Wth. 1, 199 de volg. geschiedenis hebben. Het grie. galè, een soort galerij zou een mlat. galea hebben gegeven, dat ons galei werd (overgang van galerij tot lang soort schip is niet vreemd, verg. ons: schip van een kerk, tegenover de zijbeuken): uit van galea afgeleid galera, dat fra. galère gaf, zou weder galeria zijn voortgekomen. Tegen dezen, zeker niet onromantischen hoewel mogelijken gang van zaken, zou men kunnen aanvoeren het door Littré (1. 1821 a) genoemde ofra. galilée, uit mlat. galilaea, (een bijvorm, en misschien ouder) van galeria, en dat kerkportaal beteekent.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

galerij, gaanderij ‘overdekte (wandel)gang’ -> Deens galleri ‘buitenbetimmering op de achterkant van een schip’; Noors galleri ‘buitenbetimmering op de achterkant van een schip’; Russisch galeréija ‘smalle plaats, binnenshuis of buitenshuis, waar men kan wandelen; (verouderd) buitenbetimmering aan de spiegel tegen de achtereinden van de zijden van het schip, die een afgesloten ruimte voor de geheime gemakken vormt’; Zuid-Afrikaans-Engels gaandereij ‘aan één kant open (achter)vertrek’ ; Ambons-Maleis galderèi ‘overdekte (wandel)gang’; Javaans † gandri, gladri ‘overdekte (wandel)gang’; Menadonees genderia ‘voorgalerij’; Negerhollands gallerie, galdri ‘overdekte (wandel)gang’; Papiaments hadrei (ouder: galerij, galdrij) ‘voorkamer’; Sranantongo gadri ‘(voor)galerij’; Saramakkaans gadií ‘overdekte (wandel)gang, balkon’ ; Sarnami gadari ‘overdekte (wandel)gang’; Surinaams-Javaans gadri ‘voorgalerij, veranda, terras’ ; Creools-Engels (Maagdeneilanden) † galdri, gallery ‘overdekte (wandel)gang’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

galerij zuilengang 1538 [Claes] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut