Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gala - (staatsiekleding, feestgewaad; groot feest)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gala zn. ‘staatsiekleding, feestgewaad; groot feest’
Nnl. gala ‘staatsiekleding’ [1761; van Donselaar 1998b], een dame in gala ‘een dame in feestgewaad’ [1782; WNT roos], een gala of ceremonie ‘een plechtige gelegenheid, staatsie-gebeurtenis’ [1815; WNT rouw I]; al vroeg ook in vele samenstellingen waarin gala de betekenissen ‘feestelijk’, ‘hof-’ ‘staatsie-’ heeft: poppen in gala-klederen ‘in feestgewaden’ [1785; WNT suikeren I], galadagen ‘staatsie-feestdagen’ [1804; WNT verjaardag], galapak ‘feestelijk kostuum’ [1856; WNT zegenwensch], galajapon ‘feestjapon’ [1866; WNT], gala-kostuum ‘feestelijk pak’ [1867; WNT toon III], galavoorstelling ‘speciale feestelijke voorstelling’ [1893; Kuipers].
Ontleend aan Frans gala ‘officieel feestmaal’ [1787; Rey], galla ‘groot officieel feest’ [1736; Rey], eerder al gala ‘feestkleding’ [1670; Rey] < Spaans gala ‘feestkleding’ [midden 15e eeuw; Corominas], < Oudfrans gale ‘feestviering, vreugdebetoon’ [13e eeuw; Rey], afleiding van het verouderde werkwoord galer ‘zich vermaken, vieren’, zie → galant.
Een andere, onwaarschijnlijke, hypothese is dat gala ontleend zou zijn aan Arabisch chil'a ‘eregewaad dat oosterse heersers aan hun gunstelingen schenken’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gala [hoffeest, staatsiekleding] {1773 als ‘staatsiekleding’; de betekenis ‘hoffeest’ 1846} < frans gala < spaans gala < arabisch khilʽa [eregewaad].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gala znw. o. ‘hofpronk, hoffeest’ < spa. gala, vgl. ook ital. gala ‘hoffeest’, waarvan de herkomst onzeker is (zie Gamillscheg 452).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gala znw. o. Internationaal woord. In de germ. talen in de bet. “hofpronk, hoffeest” uit spa. gala. Afkomst onzeker.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

gala s.nw.
1. Deftige drag, soos by formele geleenthede gedra. 2. Deftige, feestelike geleentheid. 3. Swemkompetisie of -byeenkoms, veral vir skole.
Uit Eng. gala (1625 in bet. 1, 1777 in bet. 2). Bet. 3 kom slegs in Britse Eng. voor en word daar selde gebruik, terwyl dit in Afr. die primêre betekenisonderskeiding is.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gala (Frans gala)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gala staatsiekleding 1761 [Van Donselaar Woordenaar 2, 1] <Frans

gala hoffeest 1846 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut