Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gajes - ((slecht) volk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gajes zn. (NN) ‘(slecht) volk’
Nnl. gajes “dienders” [1896; Woordenschat], ‘volk’ in en het gajes, dat er steunt, zijn meestal luitjes van de universiteiten (gevangenissen) [1906; Boeventaal], onder 't smerigste gajes deden ze zoo iets nog niet [1912; WNT Aanv.]. In het Nederlands meestal pejoratief gebruikt.
Oorspronkelijk een Bargoens woord met de betekenis ‘volk, mensen’. Ontleend aan het Jiddisch, maar onzeker is aan welk woord. Misschien gajes ‘niet-Joden’ (o.a. NEW), dat teruggaat op Misjna-Hebreeuws gajis ‘legioen, legereenheid’; de klank van de Jiddische g (een occlusief) komt in het Nederlands alleen in leenwoorden voor en wordt in het NN soms als /k/ uitgesproken, bijv. in → goal /kool/, maar bij ingeburgerde woorden is toch vaak een Nederlandse g (fricatief) te horen, zoals bijv. in → garage en → grill. Een tweede mogelijkheid (EDale) is ontlening aan Jiddisch chajjes ‘dieren, levende wezens’, meervoud van chajje ‘dier’ en teruggaand op Hebreeuws ḥajjā ‘dier, ziel’, afleiding van ḥaj ‘levend’. Omdat in het Rotwelsch (het Duitse Bargoens) een vorm Gais, Gaies ‘mensen’ geattesteerd is (Wolf 1960), lijkt de eerste hypothese het waarschijnlijkst. Mogelijk is door secundaire invloed van Jiddisch chajjes ‘dieren’ het Nederlandse woord een pejoratief geworden.
In het Bargoens droegen combinaties met een bn. vaak een aparte betekenis, bijv. dof gajes ‘politie in burger’, gebeft gajes ‘advocaten e.d.’ en linkgajes ‘niet te vertrouwen volk, slecht volk, politie’ [Boeventaal].
Bargoens gajes betekende ook wel ‘leven’, in: om gajes maken, om gajes brengen ‘doden’ [1844 resp. 1921; Moormann]; in deze uitdrukking gaat het woord terug op Jiddisch chajjes ‘leven’ < Hebreeuws ḥajjūþ ‘id.’, afleiding van ḥaj ‘levend’. De Hebreeuwse combinatie lə-ḥajjīm ‘tot leven’ leidde via Jiddisch lechajjem en met volksetymologie tot de Nederlandse heildronk daar ga je.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gajes [volk (ook pejoratief)] {1927} < jiddisch chajes < hebreeuws ḥajjōth [beesten].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gajes znw. o. ‘volk, mensen’ (bargoens) < jiddisch mv. van goi ‘niet-Jood, Christen’.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

gajes: (Bargoens) politieagenten; meer algemeen: volk, mensen, maar vooral: slecht volk, gespuis*. Tijdens de bezettingstijd in Nederland circuleerde een rijmpje m.b.t. de ingezetenen van de strafgevangenis in Scheveningen (destijds het Oranjehotel genoemd, omdat er veel verzetsstrijders gevangen zaten). Dit rijmpje ging als volgt: ‘In deze bajes, zit geen gajes, maar Hollands Glorie, potverdorie.’ Het woord is ontleend aan het Hebreeuws-Jiddisch (gajis; oorspronkelijk: legioen, legereenheid) en sloeg aanvankelijk op niet-Joden. In de Duitse dieventaal, het Rotwelsch, komt eveneens de vorm Gais (mensen) voor. Het Bargoens kent veel combinaties, zoals gebeft gajes (advocaten); dof* gajes en glimmend* gajes.

Wat wij voor stukken gajes waren, begrijp je zelf wel, hé? (Het Volk, 12/01/1920)
Dacht u dat het gajes daarop wou dansen? (De Groene Amsterdammer, 10/09/1932)
D’r loopt tegenwoordig een hoop gajes rond in Amsterdam, dat voor mij zo de gracht in kan. (Dimitri Frenkel Frank, De kleinste hond ter wereld, 1980)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gajes (Jiddisch gajes)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gajes volk (vooral pejoratief) 1906 [Aanv WNT] <Jiddisch

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal