Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gadeslaan - (waarnemen, toeschouwen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gadeslaan ww. ‘waarnemen, toeschouwen’
Mnl. slaets gade ‘schenk er aandacht aan, zorg er voor’ [1350-1400; MNW-R]; vnnl. slaet doch gaye ‘let (er) toch op’ [1500-50; MNW gade], gadeslaen ‘in het oog houden, zijn aandacht richten op, verzorgen’ [1599; Kil.], gadeslaen ‘waarnemen’ [1623; WNT rekening].
In het mnl. bestond naast het werkwoord gaden ‘overeenkomen, passen, voegen’ (zie → gade) tevens een (veel frequentere) vorm begaden ‘bevallen, voegen, zorgen voor’. Wrsch. naar analogie van achte slaen ‘acht slaan, aandacht schenken’ ontwikkelde zich hiernaast gade slaen ‘zorgen voor’, waardoor gade, gaye de betekenis ‘zorg, aandacht’ kreeg, die buiten de combinatie gadeslaan overigens niet voorkomt.
Verwant is wrsch. fri. gaai, gaay, gaei, gaey, gai, gaij [1829; WFT], dat alleen in uitdrukkingen voorkomt, zoals fan 'e gaai ‘van streek’, bûten gaai ‘onbedachtzaam, zonder nadenken’.
Verwant zijn mnl. gauwen, gaeuwen ‘zich bekommeren om’ [ca. 1375; MNHWS] en mnl. gauweloos, gaeuwloos, gayloes bn. ‘slordig, achteloos, zorgeloos, onverschillig’ [ca. 1430; MNHWS].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gadeslaan* [observeren] {gade slaen [zijn aandacht schenken aan] 1514} van middelnederlands gade, gaye [zorg, aandacht], vgl. begaden [het gelijke bij elkaar brengen, ordenen, in orde brengen, zorg besteden aan] (vgl. gade) + slaan.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

gadeslaan ww., eerst laat-mnl., misschien in navolging van achtslaan, ontstaan in aansluiting aan mnl. begaden ‘zorgen voor’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

gadeslaan ww., sedert het laat-Mnl. Wsch. naar acht slaan, mnl. achte slaen opgekomen naast mnl. begāden “zorgen voor”, dat in deze bet. veel gewoner was dan ’t simplex gāden (zie gade).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gadeslaan o.w., saamgesteld met een zelfst.nw. gade = zorg, acht, On. , Nfri. gaey, dat bij gade en gaden (z. gading) behoort.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

gadeslaan ‘observeren’ -> Fries gadeslaan ‘oplettend beschouwen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gadeslaan* observeren 1514 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut