Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gabber - (kameraad, makker; jongere die van bepaalde muziek houdt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

gabber zn. ‘kameraad, makker; jongere die van bepaalde muziek houdt’
Nnl. (Bargoens) cabber “kammeraet” [1752; Moormann], gabbert ‘makker’ [1844; Moormann], gabber ‘id.’ [1858; Moormann], gabbert ‘slimmerik, handige jongen’ [1871; WNT Aanv.], (mv.) gavvers ‘kerels’ [1912; WNT Aanv.], (mv.) gabbertjes ‘jongens’ [1924; WNT Aanv.]. Het is niet mogelijk aan te geven sinds wanneer het Bargoense woord als “echt” Nederlands wordt beschouwd. De moderne betekenis eerst in de samenstelling gabberhouse ‘agressieve ultraharde muziek’ [1991; De Coster 1999], daarna gabber ‘aanhanger van zeker type housemuziek, in zekere stijl geklede jongere’ [1993; De Coster 1999]. Het woord is in het BN pas bekend geworden in deze recentere betekenissen.
Via het Bargoens ontleend aan West-Jiddisch chawwer < Hebreeuws ḥāvēr, mv. ḥavērīm ‘makker, reisgenoot’. Ook Duits-Rotwelsch cabber ‘kameraad’ [1754/55], kabber [1820]. Omdat het woord aantoonbaar via het Bargoens uit het West-Jiddisch komt, is het zeker dat het niet verwant is met het Laatmiddelnederlandse woord gabber ‘spotter’; dat oudere woord is verwant met → ginnegappen.
De recente betekenis ‘zeker type jongere’ moet ontstaan zijn uit de algemenere betekenis ‘makker’, wrsch. via uitdrukkingen als ‘gabbers onder elkaar’.
Hebreeuws ḥāvēr, mv. ḥavērīm voorspelt Jiddisch chower, mv. chaweirem, maar chower is alleen bekend als synagogale eretitel. De a in Jiddisch chawwer is wrsch. analogisch gevormd naar de korte a van het meervoud; overigens wordt ook in geval van een pronominaal achtervoegsel de lange a in het Hebreeuwse woord kort: ḥavērō ‘zijn makker, zijn reisgenoot’. Mogelijk is er ook invloed geweest van de korte a in het Hebreeuwse nomen agentis ḥabbār ‘deelnemer, partner’ (dat zelf West-Jiddisch *chabber zou opleveren).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gabber [kameraad] {cabber 1769, gabbert 1844} < jiddisch chawwer [vriend] < hebreeuws ḥabhēr [idem].

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

4gabba s.nw. (geselstaal)
Vriend.
Vervorm uit Jiddisj khaver.
Ndl. gabber, San gaba. Vanuit Afr. in S.A.Eng. (1971).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

gabber (Jiddisch chawwer)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

gabber kameraad 1769 [MOO] <Jiddisch

gabber jongere die van bepaalde muziek houdt 1993 [De Coster 1999]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

gabber (oorspr. Barg. ‘vriend, makker’), in jeugdtaal: kaalgeschoren jongen in trainingspak; aanhanger van gabberhouse*. Gabbers hebben een speciaal taalgebruik, bijvoorbeeld hakken* voor dansen. Tegenstanders zien hen als een hossende versie van F-side*-supporters en noemen hen agressief, vrouwonvriendelijk en smakeloos. Gabbers houden van maximale geluidsvolumes en veel pils. Er zijn weinig vrouwelijke gabbers of gabberinnetjes*.

Veel jongens in Parkzicht hebben een kaalgeschoren hoofd. Dat is de gabber-look. (Nieuwe Revu, 27/01/93)
Van alle soorten housers is de gabber het meest uniform gekleed. Hadden ze aanvankelijk allemaal een ‘matje’, tegenwoordig is de gabberhaardracht ‘crew cut’, oftewel: heel kort. (Jan Kuitenbrouwer: Neo Turbo. Van yuppie-speak tot crypto-mumble, 1993)
Veel XTC-dealers worden ‘gabbers’ genoemd. Hun hoofden zijn kaal. (Nieuwe Revu, 12/04/95)
In Berlijn werd een weekend lang een ‘Love Parade’ gehouden, een mega-feest van meer dan een half miljoen Duitse gabbers. (Elsevier, 03/08/96)
Bij ontstentenis van Piet Bambergen verschijnen vervolgens een stuk of vijftig gabbers in beeld die een auto aan gort slaan. Einde film. (HP/De Tijd, 15/11/96)
Terwijl tot grote hilariteit vooraf de Rotterdamse gabbers-strijdkreet ‘Hakkúh’ klonk, werd de aftiteling omgekeerd evenredig uitgeluid met fluitconcerten uit dezelfde hoek. (Elsevier, 23/11/96)
Je vindt dus ook gabbers onder voetbalvandalen. (Vrij Nederland, 03/05/97)
ook als afkorting van gabberhouse*.
‘Gabber’ is de nieuwste en heftigste vorm van de elektronische dansmuziek die razend populair werd onder de noemer ‘house’. (Opzij, mei 1992)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal