Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

gaard - (deel van dorsvlegel, lat)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

gaard2* [deel van dorsvlegel, lat] {gaert, gaerde [roede] 1420} hetzelfde woord als nl. dial. geerd, gard.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

gard v., Mnl. gaert, Os. gard + Ohd. gart, On. gaddr, Go. gazds = prikkel; daarnevens een zw. nw. garde, Mnl. gaerde, gheerde, Onfra. gerda + Ohd. gerta (Mhd. en Nhd. gerte), Ags. gierd (Eng. yard), Ofri. jerde = twijg, roede, On. gedda (Zw. gädda, De. gjedde) = snoek + Lat. hasta = speer, Oier. gat (*gazdh-), gas (*ghast-) = twijg. z. ook geer 2.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut